Spring naar inhoud

Actuariële analyse

Actuariële analyse

Het verloop van de technische voorziening werd in 2025 voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes en beleggingsrendementen.

In de tabel hieronder vind je een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van het pensioenfonds vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.

Actuariële analyse

Bedragen x € 1.000 2025 2024
Resultaat op beleggingen -555.044 672.798
Resultaat op wijziging RTS 1.021.371 -114.176
Resultaat op premie 2.219 4.285
Resultaat op waardeoverdrachten 660 638
Resultaat op kosten 644 1.505
Resultaat op uitkeringen -116 -658
Resultaat op kanssystemen 20.814 13.015
Resultaat op toeslagverlening -212.505 -169.477
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen -1.692 1.099
Resultaat op andere oorzaken 1.208 2.899
Totaal saldo van baten en lasten 277.559 411.928

In 2025 zijn de volgende belangrijke effecten op het actuarieel resultaat te onderscheiden:

Beleggingen

Onder resultaat op beleggingen wordt verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten van het vermogensbeheer;
  • de rentelasten over vreemd vermogen, achtergestelde leningen en rekening-courantverhoudingen met andere partijen;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars spot rate uit de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur (RTS) per ultimo van het vorige verslagjaar. 

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -€ 555 miljoen. Een gedetailleerde onderbouwing van dit resultaat kun je vinden in het hoofdstuk ‘Beleggingen’. Het rendement op de beleggingen draagt in 2025 negatief bij aan de dekkingsgraad.

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2025 ligt boven de RTS ultimo 2024. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2025 met circa 1,0%-punt gestegen, wat leidt tot een afname van de voorziening en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt € 1.021 miljoen. 

Premie

De jaarlijks vaste premie van 23% van de pensioengrondslag wordt in het premiedepot gestort. In 2025 is de opbouw van pensioenverplichtingen gefinancierd uit het premiedepot. Het resultaat op premie wordt bepaald als het verschil tussen de vaste premie en de premie op basis van de gemiddelde rente per eind 2025. Dit leidt in 2025 tot een positief resultaat van € 2,2 miljoen.

Kosten

Het resultaat op kosten wordt bepaald als saldo van de kostendekking vanuit de premiestelling en de vrijval van kosten als gevolg van het uitbetalen van de pensioenuitkeringen enerzijds en de in de premie opgenomen kostencomponenten en feitelijke uitvoeringskosten anderzijds. In 2025 leidt dit tot een positief resultaat van € 0,6 miljoen. 

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. De realisatie van het aantal overlijdens en invalideringen ten opzichte van de verwachtingen vooraf leidt tot een positief resultaat van € 21 miljoen.

Toeslagverlening

Het pensioenfonds kijkt voor de toeslagverlening naar het afgeleide prijsindexcijfer (inflatie) over de periode september tot en met september zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden gepubliceerd. De prijzen in Nederland stegen in de meetperiode september 2024 – september 2025 met 3,16%. Het bestuur heeft op basis van de financiële positie besloten om per 1 januari 2026 een toeslag te verlenen. Als gevolg van deze toeslag is de voorziening met € 213 miljoen gestegen.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het totale resultaat op incidentele mutaties in het boekjaar bedraagt -€ 1,7 miljoen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een actualisering van de gehuwdheidsfrequenties, het resultaat van deze actualisatie bedraagt € 0,2 miljoen.

Andere oorzaken

Dit zijn overige actuariële resultaten die ontstaan doordat de feitelijke uitkomsten afwijken van wat actuarieel verondersteld is. Deze resultaten zijn niet toe te wijzen aan één van de eerdergenoemde categorieën.

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw en de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag, de opslag voor uitvoeringskosten en de opslag voor toeslagverlening en reservetekort. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. 

Bij de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie wordt uitgegaan van het verwachte rendement met een opslag voor de toekomstbestendige toeslagverlening van de toeslag ter hoogte van de verwachte prijsinflatie. Het bestuur heeft besloten om het ingroeipad voor de inflatie vast te zetten met als peilmoment 30 september 2023 (rentetermijnstructuur). Ook voor wat betreft de samenstelling portefeuille op zakelijke waarden is de rentetermijnstructuur per eind september 2023 genomen.

In de volgende tabel is een overzicht van de zuivere, de gedempte kostendekkende en de feitelijke premie opgenomen.

Premie voor risico pensioenfonds RTS (incl. UFR) Gedempt Feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling:      
• regulier 99.631 99.210 99.210
risicopremie overlijden 5.459 5.822 5.822
• opslag voor uitvoeringskosten 5.475 5.462 5.462
• de risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit 10.104 9.829 9.829
• solvabiliteitsopslag 19.286 0 0
Toetswaarde premie 139.955 120.323 120.323
       
Overige premie      
Individueel pensioensparen     753
• Solvabiliteitsopslag DC     2.533
• Afrekening vorig boekjaar     19
Totaal feitelijke premie     123.628
       
Waarvan      
feitelijke premie voor risico pensioenfonds     79.983
feitelijke premie voor risico deelnemer     43.645
Totaal feitelijke premie     123.628

Het pensioenfonds voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte kostendekkende premie.

Vereist eigen vermogen

Het vereist eigen vermogen is gebaseerd op de strategische portefeuilles en is bepaald op 14,3%. Als het vereist eigen vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele portefeuille, zou het uitkomen op 14,9%.

Oordeel van de externe actuaris over de financiële positie

De verklaring van de actuaris is opgenomen in de jaarrekening.