Spring naar inhoud

2.6 Maatschappelijk verantwoord beleggen

Pensioenfonds KPN belegt om een zo hoog mogelijk rendement te halen bij een verantwoord risico. Daarbij letten we er ook op dat de bedrijven waarin we beleggen voldoende oog hebben voor mens en milieu en integer worden geleid. Maatschappelijk verantwoord beleggen, noemen we dat. Zo dragen we bij aan een leefbare wereld, terwijl het meewegen van duurzaamheidscriteria bij onze beleggingsbeslissingen naar onze overtuiging ook bijdraagt aan een gezond rendement voor je pensioen.

Maatschappelijk verantwoord beleggen is een breed begrip dat nog volop in beweging is. Op dit moment zijn er op veel onderdelen nog verschillen in interpretatie en definities. Ook is betrouwbare data niet altijd beschikbaar. Wij voeren ons eigen beleid, waarbij we voldoen aan wet-en regelgeving en waar mogelijk aansluiten bij internationale standaarden. Daarbij staat voorop dat wij zelf achter onze beleidskeuzes kunnen staan en deze kunnen verantwoorden aan onze deelnemers.

Beleggingsovertuigingen en impact

Onze beleggingskeuzes zijn gebaseerd op een aantal uitgangspunten die van belang zijn voor een zo goed mogelijk langetermijnrendement bij aanvaardbare risico’s. 

Twee van de beleggingsovertuigingen zijn gericht op duurzaam en verantwoord beleggen:

  • Maatschappelijk verantwoord beleggen loont en draagt positief bij aan het risico-rendementsprofiel.’
  • ‘Geld is een sturende kracht voor duurzame ontwikkeling.’

Als institutionele belegger nemen wij onze verantwoordelijkheid om op een maatschappelijk verantwoorde manier te beleggen. Wij hebben de overtuiging dat daarmee het risico-rendementsprofiel van de beleggingen verbetert en dat we tegelijkertijd een bijdrage leveren aan een leefbare wereld. We nemen daarom duurzaamheidscriteria mee bij al onze beleggingsbeslissingen. Daarbij is het 'do no harm'-principe leidend. Daarnaast beleggen we ook een deel van het vermogen in impactbeleggingen, activiteiten die nadrukkelijk gericht zijn op het leveren van een positieve en meetbare sociale of milieu-impact ('do good'). Binnen de totale beleggingsportefeuille willen we eind 2026 minimaal 5% van het vermogen belegd hebben in impactbeleggingen.

Thematische speerpunten

Het pensioenfonds wil focus houden in de beleggingsportefeuille en dat geldt ook voor maatschappelijk verantwoord beleggen. Daarom hebben we binnen het MVB-beleid drie speerpunten vastgesteld. In verschillende deelnemerspanels en het reputatieonderzoek hebben we daarvoor de voorkeuren van deelnemers opgehaald en geëvalueerd. We hebben voor de komende jaren gekozen voor de volgende drie thema’s:

  1. Klimaat en biodiversiteit
    De transitie naar een klimaatneutrale economie heeft verstrekkende gevolgen voor de maatschappij. We willen bijdragen aan het transformeren van de economie naar een klimaat neutrale economie en biodiversiteitsverlies tegengaan.
  2. Duurzame technologie
    Dit zijn technologische ontwikkelingen die duurzame maatschappelijke behoeften vervullen zonder gebruik te maken van niet-hernieuwbare hulpbronnen en zonder grootschalige, niet terug te draaien milieuschade. Als grote belegger willen wij de sturende kracht van geld in zetten om bij bestaande processen veranderingen teweeg te brengen die bijdragen aan de verduurzaming van de samenleving. Dit sluit goed aan bij de positie van KPN N.V. als één van de duurzaamste telecombedrijven ter wereld. KPN N.V. zet technologie actief in voor het verduurzamen van het eigen bedrijf.
  3. Duurzame consumptie en productie
    Wij willen door gerichte investeringen een bijdrage leveren aan het stimuleren van een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en aan het efficiënt produceren en consumeren om negatieve milieueffecten te minimaliseren. 

Hoe implementeren wij maatschappelijk verantwoord beleggen?

Het beleid maatschappelijk verantwoord beleggen kan geïllustreerd worden met onderstaande figuur:

‹ Generiek

Spectrum van het MVB-beleid

Specifiek ›

Pijler 1

ESG-integratie

Het pensioenfonds vindt het van groot belang dat bij de beleggingsbeslissingen in alle beleggingsportefeuilles rekening wordt gehouden met het milieu (Environment) met de maatschappij (Social) en met maatstaven van goed bestuur (Governance), oftewel ESG.

Pijler 2

Stemmen en dialoog

We oefenen door middel van actief stembeleid en dialoog met bedrijven zo veel mogelijk invloed uit op een duurzame bedrijfsvoering.

Daarnaast zetten wij door actieve participatie in thematische dialogen de speerpunten van het pensioenfonds kracht bij.

Pijler 3

Uitsluitingen

We voorkomen door uitsluiten dat we beleggen in bedrijven en landen die niet passen bij het MVB-beleid of in strijd zijn met internationale verdragen

Pijler 1: Hoe integreren wij ESG in de beleggingen?

Een van onze beleggingsovertuigingen is dat ESG-integratie (het betrekken van duurzaamheidscriteria bij alle beleggingsbeslissingen) bijdraagt aan het verbeteren van het risico-/rendementsprofiel van onze beleggingen. ESG-integratie speelt een belangrijke rol bij onder andere het selecteren van externe vermogensbeheerders en bij de invulling van de beleggingscategorieën. Hieronder lees je hoe deze integratie op verschillende onderdelen plaatsvindt. 

Managerselectie

Van de managers van beleggingsfondsen waarin wij deelnemen verwachten wij dat ze de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI) onderschrijven. Deze principes houden onder meer in dat de managers ESG-factoren meewegen in de beleggingsanalyse en het besluitvormingsproces. Daarnaast wordt verwacht dat zij zich opstellen als actief eigenaar en ESG-factoren betrekken bij dialogen die zij voeren met bedrijven. Voor de totale portefeuille van het pensioenfonds geldt dat alle externe managers zijn aangesloten bij de UNPRI.

Impactbeleggen

In het afgelopen jaar hebben wij verdere stappen gezet in het invullen van impactbeleggen. Impactbeleggen is beleggen met de intentie om een positieve en meetbare sociale of milieu impact te hebben, naast een marktconform financieel rendement. Voor eind 2026 streven we ernaar 5% van de beleggingen als impactbeleggingen te kunnen classificeren. Daarvoor toetsen we de beleggingen met een in eigen beheer ontwikkeld impactraamwerk. Hierbij sluiten we aan bij de definitie van The Global Impact Investing Network (GIIN). We kiezen voor een eigen raamwerk omdat er in de markt nog geen eenduidige definitie is van impactbeleggen. Als pensioenfonds willen wij goed kunnen verantwoorden dat wat wij als impactbelegging classificeren dat ook echt is.

Het raamwerk bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Prestatiedoelstellingen: bij een impactbelegging moet expliciet zijn aangeven dat er wordt belegd met een expliciete intentie om een milieu- of sociaal probleem op te lossen en dat dit via KPI’s/maatstaven in kaart wordt gebracht.
  2. Intentionaliteit: de intentie om impact te realiseren moet helder omschreven zijn bij het aangaan van de belegging.
  3. Additionaliteit
    • Voor private categorieën achten we – ongeacht of een andere investeerder het had kunnen verstrekken – dat de investering echt iets moet toevoegen aan een duurzame ontwikkeling.
    • Voor publieke categorieën kan het om ‘beursgenoteerde’ of ‘indirecte’ impact gaan, waarbij deze voorwaarde wat ruimer wordt geïnterpreteerd omdat direct additionaliteit niet altijd aantoonbaar is.
  4. Do no harm’: er zal inzichtelijk moeten worden gemaakt dat er geen negatieve schade wordt veroorzaakt aan milieu, maatschappij en governance.
  5. Monitoring en rapportage over KPI’s: een belangrijk uitgangspunt van impactbeleggen is het vermogen om intentie te vertalen naar impactresultaten. Er kan pas sprake zijn van een impactbelegging als de impact daadwerkelijk meetbaar is.

Eind 2025 maakten de impactbeleggingen 4,1% van de totale beleggingen uit, met een waarde van € 409 mln. Deze allocatie bestaat uit: green bonds, private equity (deep tech impact fonds), niet-beursgenoteerd vastgoed (vastgoed op scienceparken) en private debt (infrastructuur, bedrijfsleningen) als impactbeleggingen.

In het komende jaar willen we de impactbeleggingen verder gaan uitbreiden binnen private leningen, private equity en niet-beursgenoteerd vastgoed.

Voorbeelden impactbeleggingen

  1. TPG Rise Climate II(‘TRC II’). Dit is een private equity fonds met een duurzame investeringsdoelstelling gericht op het verminderen en vermijden van CO₂ uitstoot. De manager, TPG, heeft een data-gedreven, methodologisch proces ontworpen om CO₂-reductie en -vermijding te bepalen en te monitoren bij de bedrijven, ondersteund door het speciaal hiervoor opgerichte onderzoeksbureau Y Analytics. TRC II heeft een duidelijke intentie om te investeren in bedrijven die impact willen maken en hun voortgang kunnen meten en rapporteren. Voorbeeld van een investering is een Italiaans bedrijf dat biostimulanten en milieuvriendelijke additieven produceert uit reststromen van de leerindustrie. De biostimulanten van dit bedrijf zorgen voor een hogere opbrengst en betere weerstand van gewassen. Hierdoor kan tot 20% meer oogst worden behaald en is er minder kunstmest en/of pesticiden nodig. Door het hergebruik van leerafval wordt de CO₂-uitstoot verminderd en de afvalstroom verkleind.
  2. Schroders Infrastructure Debt. Aan Schroders is een mandaat gegeven om leningen te verstrekken aan infrastructuurprojecten zoals in transport, energieopwekking, opslag en distributie, communicatie, telecom en circulariteit. Minimaal 50% van de leningen heeft een impact doelstelling. Met de manager zijn afspraken gemaakt over ESG en impactrichtlijnen om zoveel mogelijk bij de wensen van PF KPN aan te sluiten. Elk kwartaal wordt per lening gerapporteerd welke impact KPI’s (Kritieke Prestatie-indicatoren) gemonitord worden en wat de beoogde kwantitatieve impact per KPI is. Een voorbeeld betreft een lening aan een volledig geïntegreerde afvalverwerkingsgroep die actief is in Noorwegen, Finland, Zweden en Denemarken. Zij beheert de volledige waardeketen van afvalbeheer, van inzameling tot verwerking en verwijdering. 
  3. M&G Corporate Debt. M&G verstrekt leningen aan bedrijven die bijdragen aan een duurzame wereld. Elk kwartaal levert M&G een impactrapportage over de portefeuille met onder anderen de impact KPI’s die per lening gemeten worden.  Een voorbeeld van een bedrijf waaraan een lening is verstrekt is een Nederlandse ontwerper en installateur van afvalrecyclingsystemen en –apparatuur. Het bedrijf is eigendom van een een Zweeds impactgericht private equity fonds. De vervaardigde machines richten zich op het sorteren van droog/nat afval (bijv. papier, karton, metalen, plastic) met zuiverheid niveaus van 98-99%, een belangrijke factor voor recycleerbaarheid verder in de recyclingketen.

CO₂-doelstelling

Een van onze speerpunten is het verminderen van de CO2-uitstoot van de bedrijven waarin we beleggen. We hebben een CO2-reductietarget van -55% in 2030 ten opzichte van 2017. Deze doelstelling is in lijn met ambitieuze targets als de Green Deal in Europa (-55% in 2030 t.o.v. 1990) en gaat verder dan de Nederlandse ambitie in het klimaatakkoord (-49% in 2030 t.o.v. 1990). Daarnaast is er een tussendoelstelling van -45% in 2025 gedefinieerd en een net-zero doelstelling voor 2050 vastgesteld.

In de periode eind 2017 tot en met eind 2025 is de CO2-voetafdruk van onze aandelen, bedrijfsobligaties en high yield beleggingen gezamenlijk met 68% gedaald. Eind 2024 was dit -70%. We hebben hiermee onze reductiedoelstelling voor 2025 behaald (-45%) en liggen voor op de reductievoorstelling voor 2030. De mindere daling ten opzichte van vorig jaar wordt verklaard door de veranderingen binnen de aandelenportefeuille.

CO₂​-voetafdruk & reductiedoelstellingen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Ultimo 2017 79
Ultimo 2022 (-34%) 52
Ultimo 2023 (-54%) 36
Ultimo 2024 (-70%) 24
Ultimo 2025 (-68%) 25
Doelstelling 2025 (-45%) 43
Doelstelling 2030 (-55%) 36
Doelstelling 2050 (-100%) 0

¹ Vanwege onvoldoende databeschikbaarheid is verondersteld dat de CO2-voetafdruk van bedrijfsobligaties en high yield op Q2 2021 gelijk is aan de CO2-voetafdruk van ultimo 2017.
² Voor de periode 2017 – Q2 2021 is ontwikkeling van de CO2-voetafdruk van aandelen op basis van EVIC (huidige methodiek) gelijk verondersteld als de ontwikkeling op basis van marktwaarde (oorspronkelijke methodiek).

Invulling beleggingscategorieën

Green bonds

Via de beleggingen in green bonds wil het pensioenfonds bijdragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Dit zijn obligaties die zijn uitgegeven met als specifiek doel om klimaatprojecten te financieren. Dergelijke obligaties zijn uitsluitend bestemd voor projecten met een meetbaar positief milieu-effect. De bijdrage aan de duurzame doelstelling wordt gemeten aan de hand van de vermeden CO2-uitstoot (CO2 avoided emissions) als gevolg van onze financiering van groene projecten. Over 2025 is er door onze belegging in groene obligaties ongeveer 56.700 ton CO2-uitstoot vermeden, wat vergelijkbaar is met de jaarlijkse CO2-uitstoot van een middelgrote kolencentrale.

Bedrijfsobligaties

Binnen de beleggingscategorie bedrijfsobligaties worden specifieke ESG-benchmarks gehanteerd. De benchmark voor het actief belegde deel sluit onder andere bedrijven uit die het slechtst scoren op het gebied van duurzaamheid. De CO2-reductie ten opzichte van de reguliere index bedraagt ongeveer 40%. Daarnaast hebben de actieve managers de opdracht gekregen om meer te beleggen in toekomstgerichte bedrijven. Dit draagt voor ons bij aan een reductie van het transitierisico.

Voor de passieve invulling is gekozen voor een klimaattransitiebenchmark (climate transition benchmark). Deze benchmark heeft als doel om de CO2-uitstoot jaarlijks te verlagen met 7% tot net-zero in 2050. Dit wordt gerealiseerd door CO2-efficiënte bedrijven meer gewicht te geven en door restricties op de leggen die verandering stimuleren.

Aandelen

De aandelenportefeuille betreft een actieve beleggingscategorie waarbij ESG-criteria een belangrijke rol spelen in het investeringsproces. Zowel door de fiduciair manager als door externe managers wordt een actieve dialoog met bedrijven gevoerd. Het uitgangspunt van het pensioenfonds is dat met de ESG-integratie een vergelijkbaar rendement-/risicoprofiel wordt behaald ten opzichte van een standaard index. In de door de vermogensbeheerder gevoerde engagement-trajecten met de managers wordt in toenemende mate nadruk gelegd op de positionering ten opzichte van de SDG’s. Het effect hiervan is zichtbaar in de score op SDG’s in de aandelenportefeuille: de exposure naar bedrijven die negatief bijdragen aan de MVB-speerpunten van het pensioenfonds is sterk lager dan de blootstelling in de benchmark.

CO₂-scores

kg CO₂ per geïnvesteerde euro

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Fund Benchmark
MM Global Green Bond Fund 48 75
MM High Yield 84 185
MM Global Credit ex Financials 31 45
MM Credit Fund 17 35
MM Global Listed Real Estate Fund 5 5
MM World Equity Fund 11 42

g/CO₂ / % euro Mcap

Hypotheken

We hebben onze eigen duurzaamheidsvisie op hypotheken formeel vastgelegd. Deze duurzaamheidsvisie is opgesteld aan de hand van ‘environmental’, ‘social’ en ‘governance’ aspecten. In ons MVB-beleidsdocument beschrijven we onze duurzaamheidsvisie.

Vastgoed

Wij hebben de overtuiging dat vastgoedfondsen met een hoger dan gemiddelde ESG-focus een beter risico/rendementsprofiel hebben. Duurzame panden hebben lagere kosten voor energie- en waterverbruik en dragen bij aan een goed leefklimaat voor de gebruikers en een leefbare wereld in het algemeen. Daardoor hebben deze vastgoedfondsen een voordeel in een concurrerende markt, wat onder andere de verhuurbaarheid en liquiditeit van vastgoed ten goede komt.

Voor het bepalen van de ESG-score van niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen gebruikt het pensioenfonds de score uit de jaarlijkse Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). In deze score ligt een bovengemiddelde focus op de reductie van energieverbruik, CO2-uitstoot en waterverbruik. Voor al onze nieuwe beleggingen in vastgoedfondsen is deelname aan de GRESB vereist.

In 2025 behaalden onze vastgoedbeleggingen een gemiddelde GRESB-score van 88 (100 is de maximale score), terwijl de gemiddelde score van de peer group 80 was. Onze portefeuille behoort daarmee qua GRESB-score tot de top 40% van alle niet-beursgenoteerde fondsen wereldwijd. De CO2-uitstoot van vastgoedbeleggingen is met 3,1% gedaald. Een hoger gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de vergroening van het onderliggende energienetwerk hebben hieraan bijgedragen. De energieconsumptie daalde met 0,1% op jaarbasis in beperkte mate. Het waterverbruik in de vastgoedportefeuille daalde met 1,1% op jaarbasis.

In 2025 hebben we een vervolginvestering in het ASR Dutch Science Park Fund gedaan van € 30 mln. Dit fonds classificeert onder onze eigen definitie als impact investering.  

Pijler 2: Hoe zetten wij de sturende kracht van geld in?

Stemmen

Wij maken gebruik van het stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen. Door te stemmen willen wij bijdragen aan positieve veranderingen bij bedrijven. Doordat de beleggingen wereldwijd gespreid zijn is het niet mogelijk om zelf op een geïnformeerde manier onze stem uit te brengen op een aandeelhoudersvergadering. Daarom maakt het pensioenfonds gebruik van het gespecialiseerde stemadviesbureau ISS. Hieronder zie je waar wij in het afgelopen jaar hebben gestemd.

Geografische verdeling stemmen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Land Stemmen
Verenigde Staten 3.825
Japan 811
Verenigd Koninkrijk 742
Canada 480
China 403
Frankrijk 402
Zweden 309
Zwitserland 301
Nederland 231
Rest wereld 2.644

Wil je een overzicht van de aandeelhoudersvergaderingen waarop we hebben gestemd en hoe we hebben gestemd? Klik hier voor de stemrapportage.

Screening en dialoog

Wij streven ernaar dat alle bedrijven waarin we beleggen zich gedragen volgens de OESO-richtlijnen voor verantwoord ondernemen en de Global Compact Principles (GCP) van de Verenigde Naties (VN). Dit zijn principes op het gebied van mensenrechten, milieu, arbeidsomstandigheden en anticorruptie. De Global Compact Principes zijn te vinden op de website De Tien Principes van het UN Global Compact.

Voor de screening maken we gebruik van de diensten van Aegon Asset Management en Morningstar Sustainalytics. Deze partijen screenen de gehele beleggingsportefeuille. Met de bedrijven binnen de beleggingsportefeuille die onvoldoende scoren gaan de engagementmanagers van Aegon Asset Management een dialoog aan. Op basis van ons MVB-beleid wordt afhankelijk van de aard van de geconstateerde tekortkoming een maximale duur voor de engagementactiviteiten aangehouden. Voor bedrijven die niet voldoen is de engagementduur in principe beperkt tot één jaar. Voor bedrijven die dreigen niet te gaan voldoen is deze periode drie jaar. Na deze periode wordt het bedrijf in principe uitgesloten, tenzij wij van mening zijn dat door het bedrijf aantoonbare verbeterstappen zijn gezet die de geconstateerde tekortkoming teniet doen.

Morningstar Sustainalytics geeft als externe engagementprovider namens ons ook invulling aan het instrument “Screening en Dialoog” uit het MVB-beleid. Morningstar Sustainalytics richt zich daarbij nadrukkelijk op de thematische speerpunten. Daarnaast verzorgen zij zelf ook een bredere, uitgebreidere en diepere engagement bij bedrijven die op onderdelen niet voldoen aan internationale standaarden op bijvoorbeeld mensenrechten, ethiek en omgeving. Daarbij worden objectieve doelen gesteld en wordt vooruitgang nauwlettend gemonitord.

Daarnaast vragen wij van de vermogensbeheerders in de beleggingsportefeuille dat zij een dialoog voeren met bedrijven in hun portefeuilles over hun duurzaamheidsprestaties. Wij nemen de zichtbare inspanningen voor deze dialogen en de rapportage hierover mee in de beoordeling van de externe managers.

Hierna gaan we in op een aantal voorbeelden van deze dialogen van de externe managers en de hierbij behaalde resultaten.

Dialoog met chemieconcern over carbon footprint in relatie tot oplossing als alternatief voor PFAS

Thema’s: klimaat, duurzame consumptie en productie

Eén van de managers in het MM World Equity Fund voerde een dialoog met het Japanse chemieconcern Kuraray. Deze belegging levert een relatief grote bijdrage aan de carbon footprint van het beleggingsfonds. De manager onderkent dat de uitstoot van Kuraray relatief hoog is, maar ook dat de producten van Kuraray behoren tot de beste oplossingen als alternatief voor PFAS en om PFAS-vervuiling in water tegen te gaan. Dit is een voorname reden om wel in het bedrijf te investeren, ondanks de hogere emissies. De manager geeft aan voldoende comfort te hebben met de aanpak van Kuraray om haar emissies te verlagen, onder meer door het afvangen van CO2-emissies, en blijft hierover in dialoog. Ook heeft de manager Kuraray actief geholpen met het verbeteren van haar publicaties omtrent emissies.

Dialoog met voedselproducent om gebruik plastic verpakkingen te verminderen

Thema’s: duurzame consumptie en productie

Eén externe manager voert al langere tijd een dialoog met voedselproducent Danone. Als grote producent van zuivelproducten heeft Danone relatief hoge CO2-emissies, ook wordt het bedrijf door meerdere organisaties bekritiseerd als één van de grotere plasticvervuilers ter wereld. De emissies van Danone beslaan voor een groot deel uit methaan, waarvoor het bedrijf een concreet reductieplan heeft geformuleerd. Hiermee is het één van de weinige bedrijven met een dergelijk concreet plan ten aanzien van het terugdringen van methaan emissies. Ten aanzien van plastic vervuiling erkent de manager dat dit een sector-brede uitdaging is. Men is sinds 2023 met Danone in gesprek over de maatregelen die dit moeten verminderen. Hierbij is specifiek aandacht voor de strategie om ‘plasticneutraal’ te worden en het terugdringen van het gebruik van schadelijke stoffen. Hieruit blijkt dat Danone zelf meerdere projecten heeft om plastic in haar verpakkingen te verminderen, daarnaast heeft Danone een leidende rol genomen in sector-brede initiatieven op het gebied van plastic recycling.

Thema gerichte dialoog op biodiversiteit

Thema: biodiversiteit

PF KPN heeft in 2025 aandacht gegeven aan het thema biodiversiteit. Dit thema werd opgenomen in het generieke dialoogprogramma waar is gekeken naar bedrijven actief in of nabij voor biodiversiteit gevoelige gebieden. Dergelijke gebieden omvatten het Europese Natura 2000-netwerk, UNESCO-werelderfgoedlocaties, unieke ecosystemen cruciaal voor het wereldwijde voortbestaan van biodiversiteit, of beschermde gebieden zoals nationale parken, wildreservaten of wettelijk beschermde gebieden. Bedrijven met activiteiten in of nabij dergelijke gebieden zijn verzocht inzage te geven in het beleid om de kans op milieuschade te beperken.

Een voorbeeld is de Franse producent en leverancier van industriële gassen Air Liquide. Dit bedrijf heeft bedrijfsactiviteiten nabij diverse biodiversiteit gevoelige gebieden. In het gevoerde engagement werd duidelijk dat het bedrijf diverse stappen heeft gezet om biodiversiteitsrisico’s inzichtelijk te krijgen en te beheersen. Hierbij is gekeken naar de Gedragscode, beleidslijnen en procedures. Ook werden de initiatieven om biodiversiteitsrisico’s te inventariseren en te beheersen en de mate van transparantie hierover besproken. In de komende periode wordt er ingezet om de gerealiseerde resultaten meetbaar te maken.

Thematische dialogen

In 2025 zijn de thematische speerpunten door Morningstar Sustainalytics ingevuld middels verschillende dialoog programma's. Deze programma's zijn integraal ingestoken en hebben geen harde einddatum. De praktijk leert dat dialogen een langere periode van betrokkenheid vragen om echt verandering teweeg te kunnen brengen. In deze nieuwe programma's gaan zij in gesprek met een selecte groep bedrijven om ze te bewegen verbeteringen door te voeren met betrekking tot het thema. Dit doet Morningstar Sustainalytics vanuit eigen expertise. Maar door de groep bij elkaar te brengen faciliteren ze ook onderlinge kennisoverdracht. Daarbij kunnen achterblijvers bijvoorbeeld versneld leren van bedrijven die al verder zijn. 

Thema klimaat en biodiversiteit

Op het thema klimaat en biodiversiteit voert Morningstar Sustainalytics het programma ‘Biodiversity and Natural Capital’ uit. Dit richt zich op het helpen van bedrijven bij het zo goed mogelijk omgaan met natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Dit is niet alleen vanuit een risicocontext ingestoken. Er wordt ook gezocht naar kansen die bijdragen aan de bedrijfsresultaten. Het programma is gericht op 50 bedrijven in de agrarische waardeketen. Dit zijn investeerders, handelaren, agrochemische bedrijven en producenten. Moringstar Sustainalytics stuurt aan op het gebruik van internationale standaarden, waardoor uniformiteit ontstaat bij bedrijven. 

In 2025 zorgde uitstel van Europese duurzaamheidsregels voor onzekerheid bij bedrijven, terwijl een gebrek aan data en expertise natuurrisico‑analyses bleef belemmeren. Toch was er ook belangrijke vooruitgang in het programma. Investeerders vroegen sterker om aandacht voor biodiversiteit, en internationale samenwerkingen hielpen bedrijven om meer verantwoordelijkheid te nemen. Ons programma bereikte bijna alle bedrijven in dialoog en verbeterde het beoordelingskader. Ook nam het gebruik van internationale richtlijnen voor natuurrapportage sterk toe, wat natuur steeds meer onderdeel maakt van bedrijfsrapportages. 

Ook de fiduciair vermogensbeheerder bevraagt de externe managers onder andere over hun visie op relatief hoog uitstotende bedrijven binnen de portefeuille. Belangrijk onderdeel van deze discussies is ook wat de mening van de manager is over de plannen tot verduurzaming van de bedrijven waar belegd wordt, en dus niet alleen over de uitstoot op dit moment.

Thema duurzame technologie

Het pensioenfonds neemt deel aan het programma ‘Net Zero Transition’. Dit programma is erop gericht om met bedrijven in dialoog te gaan over hoe ze de bedrijfsvoering zodanig kunnen aanpassen dat ze bewegen naar een net zero bedrijfsproces. Het programma richt zich op 100 bedrijven. Morningstar Sustainalytics wijst bedrijven op internationale standaarden en samenwerkingsverbanden, waardoor geprofiteerd kan worden van ontwikkelingen die er al zijn. 

In 2025 zorgden geopolitieke spanningen voor extra onzekerheid bij de bedrijven waarmee het programma in gesprek is. Het werk bracht continuïteit door meer bedrijven dan ooit te betrekken en te blijven inzetten op de overgang naar een klimaatneutrale economie. Ondanks een trager tempo in de klimaattransitie bleef de richting positief: steeds meer organisaties volgen wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelen en de verwachte wereldwijde opwarming is verder gedaald.
Het programma richtte zich op het versterken van relaties tussen beleggers en bedrijven en op nauwkeurigere analyses. Bedrijven maakten vooruitgang in hun rapportages over uitstoot en investeringen, maar het blijft belangrijk om te controleren of hun daadwerkelijke prestaties overeenkomen met hun doelen.

Thema duurzame consumptie en productie

Pensioenfonds KPN is betrokken bij een programma ‘Scaling Circular Economies’ van Morningstar Sustainalytics. Het programma richt zich op bedrijven die gekoppeld zijn aan de automotive sector en sinds 2025 ook de sector consumentenelektronica. In dialogen willen we de bedrijven helpen om hun productieprocessen steeds zo in te richten dat circulariteit van producten de aandacht heeft. In de automotive-industrie botsen ambities voor de circulaire economie gemakkelijk met doelstellingen om steeds meer auto’s te verkopen. Het programma moedigt bedrijven aan om prioriteit te geven aan alternatieven die minder grondstoffen verbruiken. Het programma wil bedrijven stimuleren om te benutten waar ze goed in zijn, zoals kapitaal aantrekken, innoveren, produceren, vermarkten, verkopen en lobbyen.

Het jaar 2025 benadrukte dat samenwerking en haalbare bedrijfsmodellen cruciaal zijn om circulaire oplossingen op te schalen. Bedrijven zetten stappen door circulariteit sterker te verankeren in strategie en productontwerp, met meer aandacht voor reparatie, hergebruik en recycling. Europese regelgeving stimuleerde betere rapportage en voorbereiding op strengere eisen, terwijl veel bedrijven hun ambities voor het verminderen van plastic en het gebruik van gerecyclede materialen verhoogden. Ondanks enkele gemiste doelen bleef de betrokkenheid van beleggers belangrijk om vooruitgang te stimuleren. Een voorbeeldbedrijf uit de autosector liet zien hoe een aanpak gericht op goed ontwerp, reparatie, revisie en recycling leidt tot concrete doelen en groeiende toepassing van gerecyclede materialen, waarmee het zich ontwikkelt tot een koploper in circulariteit.

Pijler 3: Wat doen wij vanuit maatschappelijk oogpunt niet?

Uitsluitingen

We sluiten ook landen en bedrijven uit van de beleggingsportefeuille. Hiermee voorkomen we dat we beleggen in bedrijven die niet passen bij ons MVB-beleid of in strijd zijn met internationale verdragen. In deze landen en bedrijven wordt dus op voorhand niet belegd.

In ons MVB-beleidsdocument zijn de uitsluitingscriteria opgenomen die we hanteren. Dit zijn criteria op het gebied van controversiële wapens, olie, kolen, tabak, biodiversiteit en bedrijven die non-compliant zijn met bepaalde ESG-richtlijnen. We hanteren een uitsluitingenbeleid voor bedrijven en een uitsluitingenbeleid voor landen. 

Je vindt het MVB-beleid en het overzicht van uitgesloten landen en bedrijven op onze website.