Verslag intern toezicht
Algemene opdracht
Het intern toezicht houdt toezicht op het beleid, de algemene gang van zaken, adequate risicobeheersing en op de evenwichtige belangenafweging van het pensioenfonds. Het intern toezicht beoogt haar toezichtstaak zodanig uit te voeren dat het bijdraagt aan het effectief en slagvaardig functioneren van het pensioenfonds en aan een beheerste en integere bedrijfsvoering.
Naast deze algemene opdracht heeft het intern toezicht voor 2025 een aantal specifieke onderwerpen benoemd:
- Wet toekomst pensioenen (Wtp)
- Beheersing IT‑risico’s, waaronder informatiebeveiliging en cyberrisico’s
- Uitbestedingsrisico (run) TKP en AAM
- Evaluatie bestuursmodel
- Opvolging van de aanbevelingen uit de rapportages intern toezicht
Het intern toezicht heeft haar toezichtprogramma en normenkader voor 2025 met het verantwoordingsorgaan besproken en afgestemd met het bestuur. Minimaal een keer per jaar legt het intern toezicht verantwoording af over de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan, de werkgever en in het bestuursverslag.
Visie op toezicht
Het intern toezicht heeft een toezichtvisie opgesteld met als doel bij te dragen aan het behalen van de doelstellingen van het pensioenfonds en het behoud van vertrouwen van deelnemers en stakeholders. Daarbij hanteert het intern toezicht een brede taakopvatting met een kritische en onafhankelijke blik.
De visie dient als leidraad voor het handelen van het intern toezicht. Eind 2025 is deze toezichtvisie geactualiseerd en vastgesteld voor de periode 2026–2029. Ieder jaar evalueert het intern toezicht het eigen functioneren. De actiepunten die zijn voortgekomen uit de zelfevaluatie zijn opgevolgd.
Verslag over 2025
Functioneren van het pensioenfonds
Het intern toezicht is tevreden over het functioneren van het bestuur. Ook in 2025 heeft het intern toezicht geconstateerd dat er sprake is van een onverminderd ambitieus en goed functionerend bestuur. Het pensioenfonds heeft een gezonde financiële positie. De bedrijfsvoering is gedegen en risicomanagement is integraal onderdeel van de dagelijkse processen.
Het bestuur heeft in 2025 in voldoende mate opvolging gegeven aan de aanbevelingen van het intern toezicht. Het intern toezicht vraagt het bestuur wel om aandacht te besteden aan de tijdigheid van de managementreacties en het concreter aangeven van welke maatregelen zijn getroffen, binnen welke termijn en hoe de effectiviteit daarvan wordt vastgesteld.
Het pensioenfonds bevindt zich in een kritische periode waarin de dagelijkse werkzaamheden moeten worden gecombineerd met de implementatie van de nieuwe pensioenregeling. Het intern toezicht heeft grote waardering voor alle betrokkenen die het mogelijk hebben gemaakt om het invaardossier en het ontheffingsverzoek tijdig in te dienen.
Het intern toezicht kijkt er met vertrouwen naar uit om met alle betrokkenen de transitie volgens plan te realiseren op 1 oktober 2026 en is zich hierbij bewust welke extra inspanningen en flexibiliteit dit zal vragen van alle betrokkenen.
Wet toekomst pensioenen
Het bestuur heeft op 10 oktober 2025 op verzoek van sociale partners het formele invaarbesluit genomen, na een zorgvuldig traject waarin alle relevante partijen – sociale partners, het verantwoordingsorgaan, sleutelfunctiehouders en toezichthouders – actief zijn betrokken.
Het intern toezicht heeft ook beoordeeld in hoeverre het bestuur de evenwichtige belangenafweging heeft geborgd bij de voorbereiding op de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. De Wtp vereist dat bij de vormgeving en implementatie de belangen van de deelnemersgroepen zorgvuldig en evenwichtig worden meegenomen en dat geen onevenredig nadeel voor groepen deelnemers ontstaat.
Het bestuur heeft deze evenwichtigheidsbeoordeling op een gedegen en zorgvuldige wijze uitgevoerd.Het bestuur heeft daarbij het door de sociale partners opgestelde transitieplan zelfstandig beoordeeld en getoetst op evenwichtigheid, uitvoerbaarheid en consistentie met de wettelijke vereisten.
Het invaren van de BPR-kapitalen naar een SPR-regeling vereiste zorgvuldige en diepgaande analyses. Het bestuur heeft ontheffing van artikel 150o Pensioenwet bij DNB aangevraagd om de BPR-kapitalen in te varen met toepassing van de vigerende inkoopregeling en gelijktijdige toewijzing van een deel van het kapitaal aan de reserves. Het intern toezicht begrijpt en ondersteunt deze aanpak van het bestuur.
De uitbestedingspartijen hebben aangegeven dat er voldoende capaciteit en technische middelen beschikbaar zijn om de noodzakelijke systeemaanpassingen en uitbreidingen door te voeren. Het blijft echter van belang dat duidelijke afspraken worden gemaakt over de scope, planning, noodzakelijke middelen en gewenste assurance om de transitie integer en beheerst te volbrengen voor het pensioenfonds.
Het intern toezicht zal de implementatiefase actief volgen en heeft bij het invaarbesluit enkele aanbevelingen gedaan om de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel en de communicatie daarover zorgvuldig te laten verlopen. Op deze aanbevelingen is inmiddels adequaat opvolging gegeven.
Beheersing IT-risico's, waaronder informatiebeveiliging en cyberrisico's
In navolging van de implementatie van de DORA binnen het pensioenfonds en de uitbestedingsketen is het daadwerkelijk uitvoeren en monitoren van de activiteiten van cruciaal belang. Het intern toezicht concludeert dat door alle activiteiten die door het pensioenfonds worden uitgevoerd het IT-risico voldoende wordt beheerst.
Het intern toezicht wil benadrukken dat het van belang is dat de incidentenprocedure ook daadwerkelijk wordt geoperationaliseerd. Het intern toezicht vraagt hierbij ook aandacht voor het tijdig actualiseren van IT-risico en –beheersingsmaatregelen.
Uitbestedingsrisico TKP
Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel neemt de druk op de uitvoeringsorganisaties toe en dit brengt zowel strategische als operationele risico’s met zich mee.
Het intern toezicht heeft het uitbestedingsrisico van de reguliere processen en daar waar de change de run raakt als apart thema benoemd. Het is van belang dat de huidige processen bij de uitvoeringsorganisaties tot aan de transitiedatum goed blijven functioneren. Voor de beheersing van de risico’s zijn goede afspraken en monitoring cruciaal. Met name bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel speelt het capaciteitsvraagstuk een rol. Dit heeft zich nog niet opgelost. TKP heeft aangegeven dat zij structureel veel aandacht besteedt aan bemensing en zijn maatregelen, waaronder opschaling, genomen. Ondanks dat ziet het pensioenfonds dat er bij TKP sprake blijft van een hoge werkdruk.
Het intern toezicht adviseert het bestuur om in voortdurend overleg met alle betrokken partijen te blijven en binnen het bestuur aandacht te houden voor de risico’s en de beheersing ervan.
Uitbestedingsrisico Aegon Asset Management
Het intern toezicht heeft kennisgenomen van de strategische ontwikkelingen bij Aegon. Aegon verplaatst zijn hoofdkantoor en juridische zetel naar de Verenigde Staten en verandert uiterlijk 1 januari 2028 zijn naam in Transamerica.
Aegon AM blijft de activiteiten vanuit Nederland uitvoeren. De fiduciaire dienstverlening, een kritieke uitbesteding van het pensioenfonds, wordt correct uitgevoerd en het bestuur houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.
Het intern toezicht benadrukt het belang van alertheid op toekomstige ontwikkelingen binnen én met betrekking tot de organisatie van Aegon AM.
Evaluatie bestuursmodel
Het bestuur heeft in 2025 zijn eigen functioneren geëvalueerd. De uitkomsten zijn belangrijke input voor de evaluatie van het gewenste bestuursmodel na overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het intern toezicht is van oordeel dat het bestuur de gesprekken hierover zorgvuldig en transparant voert.
Het intern toezicht vindt het van belang dat in de beeldvormende fase de gesprekken met een ‘open vizier’ worden gevoerd, zonder dat een specifiek bestuursmodel vooraf als uitgangspunt wordt genomen. Dit waarborgt een brede en onbevooroordeelde verkenning van opties.
Het intern toezicht benadrukt dat het vervolgtraject “evaluatie bestuursmodel” consistent moet blijven voldoen aan deze normen en dat de besluitvorming hierover goed gedocumenteerd en toetsbaar moet zijn.
Rechtszaak Samenloop en Gehuwde vrouwen
Het bestuur heeft het afgelopen jaar aandacht besteed aan de kwestie Samenloop en Gehuwde vrouwen. Aanleiding daarvoor vormde de rechtszaak die door drie gepensioneerde deelnemers is aangespannen op initiatief van Omroep Max. De deelnemers stelden als gehuwde vrouwen bij de overgang van pensioenrechten van ABP naar PTT te zijn benadeeld.
Het intern toezicht stelt vast dat het bestuur bij de beoordeling van de kwestie juridisch advies heeft ingewonnen en de mogelijke gevolgen zorgvuldig heeft laten analyseren. Het intern toezicht heeft de ontwikkelingen nauwgezet gevolgd binnen de context van zijn toezichtrol.
Tot slot
Het intern toezicht bedankt het bestuur, het verantwoordingsorgaan, de medewerkers van het bestuursbureau en alle andere betrokkenen voor de professionele en plezierige samenwerking en ziet met vertrouwen uit naar de samenwerking in 2026.
Amersfoort, 30 april 2026
Jolanda Messerschmidt (voorzitter intern toezicht)
Gwen van Tongeren
Peter van Gameren
Reactie van het bestuur op het verslag van het intern toezicht
Het bestuur bedankt het intern toezicht voor de kritische houding en de aanbevelingen gedurende het jaar, het verslag en de aanbevelingen naar aanleiding van het besluit over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, de gedegen jaarrapportage evenals voor de waardering die in het jaarrapport voor het bestuur wordt uitgesproken. Het bestuur is onverminderd tevreden over de samenwerking tussen de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders.
Het bestuur neemt de aanbevelingen ter harte en heeft, daar waar mogelijk, gedurende het jaar al acties voor uitgezet. Waar nodig zullen we deze nog iets aanscherpen of verder concretiseren. Ook in 2026 zullen wij in nauw contact met onze uitbestedingspartijen TKP en Aegon AM de relevante ontwikkelingen en risico’s blijven monitoren en de beheersmaatregelen op het gebied van IT en uitbesteding continu bespreken.
Ook zal het bestuur in het vervolgtraject “evaluatie bestuursmodel” ervoor zorgdragen dat consistent wordt getoetst aan de geformuleerde normen en dat de besluitvorming hierover goed wordt gedocumenteerd en toetsbaar is.