Spring naar inhoud

2.5 Hoe gaan we om met beleggingsrisico's?

Hoe is onze houding ten aanzien van risico’s?

Als pensioenfonds streven we naar een zo goed mogelijk pensioen voor de deelnemer. Dit betekent dat we streven naar een pensioen dat de inflatie bijhoudt. Daarvoor beleggen we de ingelegde pensioenpremie. We accepteren daarbij bewust risico's, omdat we daarvoor naar verwachting met een hoger rendement worden beloond. Uiteraard is een goede beheersing van de risico's cruciaal. We willen voorkomen dat we de pensioenen door tegenvallende resultaten moeten verlagen. De mate waarin we bereid zijn beleggingsrisico te nemen, noemen we onze risicohouding. Die hebben we met de sociale partners afgestemd en vastgelegd volgens de door wet- en regelgeving voorgeschreven methodiek. Deze wettelijk voorgeschreven risicohouding vind je in de bijlage.

Voor onze houding ten opzichte van beleggingsrisico en onzekerheid hanteren wij niet het begrip risicohouding maar risicobereidheid. De risicobereidheid is de mate waarin wij bereid zijn bepaalde risico’s te lopen om onze missie, visie en strategische doelstellingen te realiseren. Deze risicobereidheid leggen we vast voor de belangrijkste risico's en per strategische doelstelling.

De hoofdrisico's worden voortdurend door ons gemonitord. Als risico’s de grenzen van onze risicobereidheid overschrijden en daarmee onze doelstellingen bedreigen, treffen we aanvullende beheersmaatregelen. Voor het beleggingsbeleid zijn de volgende hoofdrisico’s vastgesteld. 

1. Marktrisico

Marktrisico is het risico dat de waarde van beleggingen kan fluctueren door veranderingen in de markt. Deze kunnen veroorzaakt worden door politieke en economische factoren zoals rentewijzigingen, inflatie en algemene trends in vraag en aanbod.

Onze risicobereidheid op marktrisico is hoog. Er is een hoge mate van risicoacceptatie, omdat het nemen van risico naar verwachting wordt beloond.

Het pensioenfonds loopt bewust marktrisico, omdat dit naar verwachting wordt beloond met rendement. Om het marktrisico te beheersen spreiden we de beleggingen binnen vaste bandbreedtes over verschillende beleggingscategorieën, landen, sectoren, strategieën en ondernemingen. 

Een belangrijk element is dat we stress op de financiële markten voortdurend monitoren. In april 2025 liep het marktrisico in de portefeuille sterk op, door het conflict rondom de handelstarieven van president Trump van de Verenigde Staten. Na dit signaal is er direct een marktupdate gegeven door onze vermogensbeheerder en is onderzocht of er aanvullende beheersmaatregelen nodig waren. We hebben geconcludeerd dat de gespreide beleggingsportefeuille voldoende robuust was, waardoor ingrijpen niet nodig was. Achteraf bleek het overigens te gaan om een tijdelijke correctie in de markt.

In het kader van de beheersing van onder andere het marktrisico maken wij gebruik van een Asset Liability Management (ALM) studie. Dit is een strategische analyse waarbij de risico's voor de balans van het pensioenfonds in kaart worden gebracht. Er wordt gekeken naar de vermoedelijke toekomstige ontwikkelingen van de beleggingen en de pensioenverplichtingen. Een ALM-studie geeft daarmee inzicht in hoe de belangrijkste risicofactoren in de balans van het pensioenfonds doorwerken. Door deze risico's inzichtelijk te maken kunnen we deze meewegen in de strategische beleidsvorming. Wanneer risico's in relatie tot de strategische doelstellingen te groot worden, kunnen we beleid maken om de risico's te beheersen.

2. Krediet- en tegenpartijrisico

Krediet- en tegenpartijrisico is het risico dat tegenpartijen waaraan wij een lening ter beschikking hebben gesteld of waarmee we een financiële transactie hebben gesloten hun verplichtingen aan ons niet of niet volledig nakomen. Hierdoor kunnen wij verlies lijden op beleggingen of vorderingen.

Onze risicobereidheid voor krediet- en tegenpartijrisico is gematigd. Risico’s worden deels geaccepteerd en scherp afgewogen tegen de extra opbrengsten en/of kosten.

Het pensioenfonds werkt met een risicobudget waarin vooraf grenzen zijn bepaald voor de verschillende vormen van leningen. Naast kredietwaardige staatsobligaties beleggen we ook in risicovollere leningen, omdat we naar verwachting worden gecompenseerd voor die risico's. Daarnaast hebben we te maken met tegenpartijrisico op de tegenpartijen voor valuta- en rentederivaten en tegenpartijen waar kasgeld is belegd. Het tegenpartij-risicobeleid is erop gericht de kans op faillissement schade voor ons te beperken.

Een voorbeeld van een toegenomen tegenpartijrisico in 2025 is NVIDIA. Dit Amerikaanse technologiebedrijf groeit sterk door nieuwe AI-toepassingen. De marktwaarde van NVIDIA werd daardoor zo groot dat meer dan 1% van onze portefeuille belegd is in dit bedrijf. Voor ons was dit een signaal om de omvang van deze positie te heroverwegen en nauwlettend te monitoren: te veel afhankelijkheid van één partij leidt tot een te hoog concentratierisico. Tot op heden hebben we hier als pensioenfonds niet op ingegrepen, omdat dit onderdeel is van de benchmark en we ruimte geven aan actieve managers om daarvan af te wijken. 

3. Matching- en renterisico

Matching/renterisico betreft renterisico’s, valutarisico’s en inflatierisico’s. Renterisico heeft betrekking op het renterisico van de verplichtingen. Valutarisico ontstaat doordat de pensioenverplichtingen in euro’s luiden en beleggingen niet allemaal uit eurobeleggingen bestaan. Inflatierisico ontstaat doordat we er naar streven de pensioenen jaarlijks te kunnen verhogen met een toeslag.

Onze risicobereidheid op matching- en renterisico is gematigd. Risico’s worden deels geaccepteerd en scherp afgewogen tegen de extra opbrengsten en/of kosten.

In 2025 hebben we ervoor gekozen een uitzondering te maken en de rente tijdelijk voor 100% af te dekken. Hiermee wilden we de huidige gezonde financiële situatie zo goed mogelijk beschermen tot het moment van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Voor de lange termijn is ons beleid om het renterisico niet volledig af te dekken. We accepteren een deel van het renterisico omdat dit naar verwachting bescherming biedt bij oplopende inflaties. Het risico wordt nauwlettend gemonitord waarbij strikte bandbreedtes worden aangehouden. 

Het valutarisico wordt zoveel mogelijk afgedekt. Maar in sommige landen is het te kostbaar om het valutarisico af te dekken en is het soms ook onderdeel van de strategie waar een hoger verwacht rendement tegenover staat. We beheersen het valutarisico met limieten die doorlopend worden gemonitord.

Het inflatierisico kent een gedeeltelijke impliciete afdekking met beleggingscategorieën die profiteren van een inflatiestijging. Een voorbeeld is vastgoed, waarbij de huuropbrengsten vaak (gedeeltelijk) meestijgen met de inflatie. Een indicator op inflatierisico wordt nauwlettend gemonitord en signaleert wanneer het risico oploopt.

In 2025 steeg de rente, met name voor de langere looptijden. Door de volledige renteafdekking hebben we hier beperkt van geprofiteerd.  

4. Liquiditeitsrisico

Dit is het risico op verliezen of op het niet tijdig in staat zijn om aan financiële verplichtingen te voldoen als gevolg van (al dan niet plotseling optredende) verschillen in timing van ingaande en uitgaande geldstromen. Dit kan voortkomen uit beperkte liquiditeit op de financiële markt, derivaten, onderpandverplichtingen of een verschil in pensioenuitkeringen en binnenkomende pensioenpremie. 

De risicobereidheid voor het liquiditeitsrisico is laag. Risico’s worden zoveel mogelijk gemeden, maar niet ten koste van alles.

Wij monitoren de liquiditeit van de beleggingen nauwgezet. We staan ongeveer 30% aan illiquide beleggingen toe, omdat daar naar verwachting extra rendement tegenover staat. Door middel van stresstesten toetsen we of het liquiditeitsniveau ook onder extreme omstandigheden voldoende is. We willen in alle omstandigheden in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen.

In 2025 heeft een aantal illiquide beleggingen boven de vastgelegde bandbreedte gelegen. Dit betrof private equity. We waren daar door marktbewegingen meer in belegd dan in het strategisch beleggingsbeleid is vastgelegd. Vroegtijdig deze beleggingen van de hand doen leidt echter tot een lagere verkoopprijs, wat uiteraard ten koste gaat van het rendement. We hebben de overschrijding daarom tijdelijk geaccepteerd en sturen bij door tijdelijk geen nieuwe investeringen in deze beleggingscategorieën te doen. In de komende periode zal bij de sturing van de beleggingscategorieën steeds meer gekeken worden naar de verdeling in de nieuwe pensioenregeling per 1 oktober 2026.

5. ESG-risico

Het ESG-risico is het risico dat bedrijven waarin we beleggen een structurele negatieve impact hebben op milieu, maatschappij en governance, waardoor de waarde van deze beleggingen kan dalen.

De risicobereidheid voor het ESG-risico is laag. Risico’s worden zoveel mogelijk gemeden, maar niet ten koste van alles.

Het ESG-risico is een breed risico en valt uiteen in verschillende onderliggende deelrisico's.

  • Klimaatverandering: financiële schade als gevolg van klimaatverwarming (fysiek risico) en verlies van biodiversiteit en het verstoren van het ecologisch systeem.
  • Transitierisico: financiële schade door abrupt ingrijpen van overheden (bijvoorbeeld om de klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen).
  • Sociale impact: het risico verantwoordelijkheid te dragen voor mensenrechtenschending, onveilige arbeidsomstandigheden en diversiteitskwesties. 
  • ESG-controverses / incidenten: financiële risico’s als gevolg van boetes, claims en/of verlies van omzet door ESG-wanprestaties. 
  • Imagoschade: reputatieschade voor het pensioenfonds door beleggingen in bedrijven of sectoren die negatief in de media komen vanwege ESG-controverses.

We meten onze beleggingsportefeuille minimaal elke zes maanden op het gebied van duurzaamheid. Dat doen we aan de hand van data van externe ESG-dataproviders. Onze doelstelling is om het totale ESG-profiel positief te laten afwijken van de benchmark.

Zo heeft de MSCI ESG-rating als doel om aan te geven hoe goed een onderneming zijn meest materiële ESG-risico's beheerst ten opzichte van sectorgenoten. MSCI gebruikt een methodologie die is ontworpen om te toetsen hoe weerbaar een bedrijf is tegen (financiële) langetermijnrisico's op het gebied van milieu, maatschappij en governance. Hierbij identificeert het de blootstelling van het bedrijf aan sectorspecifieke risico's op basis van de bedrijfsactiviteiten, omvang van de activiteiten en waar het bedrijf actief is. Vervolgens wordt bepaald hoe een bedrijf zijn risico's beheerst. De ESG-scores worden gecombineerd en genormaliseerd ten opzichte van branchegenoten om de algemene ESG-rating te bepalen. De ESG-rating wordt uitgedrukt als een getal tussen de 0 en 10. Hierbij geldt: hoe hoger de rating, des te lager het verwachte risico. Dit wordt voor de bedrijven in de portefeuille geaggregeerd op beleggingsstrategie- en portefeuilleniveau.

MSCI ESG-rating

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Fund Benchmark
MM Emerging Market Debt 4,4 4,2
MM Global Green Bond Fund 7,9 7,5
MM High Yield 6,0 5,5
MM Global Credit ex Financials 6,8 6,8
MM Credit Fund 7,7 7,7
MM Global Listed Real Estate Fund 6,3 6,3
MM World Equity Fund 6,8 6,7

6. Actief risico

Ten slotte onderkennen we nog het actief risico. Dit is voor het pensioenfonds geen hoofdrisico. We noemen het wel, omdat vrijwel alle beleggingen in onze beleggingsportefeuille actief worden beheerd. Dat betekent dat we externe vermogensbeheerders de ruimte geven om af te wijken van de brede marktindex (benchmark). Vermogensbeheerders maken op basis van kennis, ervaring en specifieke strategieën afwijkende keuzes om naar verwachting extra rendement te behalen. 

Om het risico te beheersen dat vermogensbeheerders een te geconcentreerde beleggingsportefeuille aanhouden, stellen we grenzen aan het actief afwijken van de brede marktindex. Dit doen we per soort belegging, maar ook op het niveau van de totale beleggingsportefeuille. Daarnaast evalueren we periodiek de toegevoegde waarde van het actief afwijken van de index.