Spring naar inhoud

Verslag Verantwoordingsorgaan

Verslag verantwoordingsorgaan

Inleiding

Het verantwoordingsorgaan (hierna VO) geeft hierbij zijn oordeel over het handelen, het gevoerde beleid en de beleidskeuzes voor de toekomst van het bestuur van de Stichting Pensioenfonds KPN (hierna bestuur). Uitgangspunt hierbij is de vraag of het bestuur bij de genomen besluiten op een evenwichtige wijze met de belangen van actieve deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever rekening heeft gehouden.

Het VO heeft het recht advies uit te brengen over verschillende onderwerpen, zoals:

  • de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten;
  • het communicatie- en voorlichtingsbeleid;
  • het beloningsbeleid;
  • de vorm en inrichting van het intern toezicht;
  • het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
  • het vaststellen en wijzigen van een intern klachten- en geschillenprocedure.

Daarnaast heeft het VO het recht om een bindende voordracht te doen voor de (her)benoeming van niet-uitvoerend bestuurders alsmede een bindend advies uit te brengen bij ontslag van deze niet-uitvoerend bestuurders.

Verantwoording en werkwijze

Het afgelopen jaar heeft het VO, buiten zijn interne overleggen, deelgenomen aan:

  • periodiek overleg met (vertegenwoordigers van) het bestuur, dagelijks bestuur en intern toezicht;
  • kennissessies over het nieuwe pensioenstelsel;
  • de jaarlijkse interview-sessies met de bestuursleden per geleding, de sleutelfunctiehouders, de certificerend actuaris, de certificerend  accountant en het intern toezicht.

Het VO krijgt voldoende mogelijkheden om kennis te verwerven, o.a. door het volgen van externe trainingen. Het VO heeft toegang tot rapportages die opgesteld worden voor het pensioenfonds en tot de notulen van bestuurs- en commissievergaderingen. Voor de Wtp is het VO bijgestaan door adviseurs van PwC.

Per 1 augustus 2025 is Ciske Fontijn toegetreden als nieuw lid van het VO namens de werknemers. Hij vervangt Luc Appeldoorn vanwege zijn vertrek bij KPN. Erick Noorloos heeft het VO per 1 januari 2026 verlaten aangezien hij in januari 2026 is toegetreden tot het bestuur van het pensioenfonds. Joost Vandenbergh volgt hem op als lid namens de werknemers per 19 januari 2026. Het VO voldoet aan de eis van minimaal één vrouw, maar heeft geen leden meer onder de 40 jaar.

Uitgebrachte adviezen

Het VO heeft in 2025 de volgende adviezen uitgebracht:

Datum Onderwerp Advies
06-02-2025 Advies over de gewijzigde Uitvoeringsovereenkomst per 1 januari 2025 Positief
03-09-2025 Advies bij het voorgenomen invaarbesluit zoals bedoeld in art 150m lid 4 PW i.v.m. de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel Positief
06-10-2025 Advies over profielschets voorzitter bestuur en niet-uitvoerend bestuurslid Positief
04-12-2025 Advies inzake het Communicatiejaarplan 2026 (exclusief strategisch communicatiebeleid 2026, deze wordt in de loop van 2026 geactualiseerd) Positief

Het VO heeft met het bestuur de afspraak dat het bestuur een schriftelijke en gemotiveerde terugkoppeling geeft over de genomen besluiten naar aanleiding van de adviezen en eventuele aanbevelingen van het VO. In 2025 is dit naar behoren uitgevoerd, soms met enige vertraging als gevolg van de werkdruk door het Wtp-project.

Bindende voordracht nieuwe voorzitter en NUB
Het bestuur van het pensioenfonds heeft het VO gevraagd een bindende voordracht te doen voor een nieuwe voorzitter van het bestuur/ niet-uitvoerend bestuurslid (NUB). Reden van de bindende voordracht is dat per 1 juli 2026 de derde en tevens laatste termijn van Peter van Gameren als voorzitter/ lid NUB eindigt. De bindende voordracht van het VO is beschreven in artikel 6 lid 3 van de statuten van het pensioenfonds. De voorzitter van het VO is nauw betrokken geweest bij het selecteren van geschikte kandidaten en het voeren van de sollicitatiegesprekken. Het VO waardeert de goede samenwerking met het bestuur en het bestuursbureau gedurende dit selectieproces.

Op 27 oktober 2025 heeft het VO de bindende voordracht gedaan voor de nieuwe voorzitter en niet-uitvoerend bestuurslid voor de eerste termijn. 

Verantwoording over 2025 – belangrijkste bevindingen

Het VO had voor het jaar 2025 de volgende speerpunten gedefinieerd:

  1. Het kritisch bewaken en invullen van de VO-rol t.b.v. de invoering Wtp
  2. Evaluatie van het bestuur op het huidige bestuursmodel.

Het VO heeft bij de invulling van deze speerpunten in 2025 intensief en constructief overleg gehad met het (dagelijks) bestuur en intern toezicht. Het VO is van mening dat het intern toezicht goed heeft gefunctioneerd over het afgelopen jaar en deelt hun belangrijkste bevindingen en aanbevelingen.

Hierna volgt een korte uitwerking van de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van het VO. Dit richt zich met name op de transitie naar de Wtp, aangezien er geen vermeldenswaardige voortgang is geweest op de evaluatie van het huidige bestuursmodel (dit schuift door naar 2026).

Invoering Wtp

Het bestuur heeft zorgvuldig gehandeld in de totstandkoming van het invaarbesluit.
De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is voor pensioenfondsen een complex proces. Deze complexiteit wordt veroorzaakt door de grote financiële belangen van alle betrokken deelnemers (waarvoor een evenwichtige belangenafweging moet plaatsvinden), de afhankelijkheid van sociale partners, pensioenuitvoeringsorganisaties (bijvoorbeeld de noodzakelijke en ingrijpende aanpassingen in de ICT en controle van het databestand) en vermogensbeheerders, alsmede de onzekerheid in de regelgeving door het volatiele politieke landschap.

Het pensioenfonds heeft in de afgelopen jaren zorgvuldig en met grote inzet gewerkt om te komen tot een evenwichtig invaarbesluit voor alle deelnemers. Binnen de Regiegroep Pensioenakkoord heeft regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de sociale partners en het pensioenfonds om te komen tot een nieuwe pensioenregeling. Op basis hiervan hebben de sociale partners eind 2024 een definitief transitieplan uitgebracht (in 2025 is daaraan een uitwerkingsdocument  toegevoegd). Dit transitieplan bevat de contouren van de nieuwe pensioenregeling en waar nodig compensatieregelingen voor deelnemers die nadeel zouden ondervinden bij ongewijzigde overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het pensioenfonds heeft in 2025 binnen de kaders van het transitieplan en de risicohouding van de deelnemers, beleid geformuleerd om de bestaande pensioenkapitalen op evenwichtige wijze in te varen in de nieuwe pensioenregeling. 

Het pensioenfonds heeft periodiek overleg gehad met pensioenuitvoeringsorganisatie TKP en vermogensbeheerder Aegon Asset Management (AAM) over de noodzakelijke aanpassingen in de informatietechnologie, de pensioenadministratie en beleggingen teneinde de nieuwe pensioenregeling te kunnen uitvoeren en aan de Wtp-eisen te kunnen voldoen. Tevens heeft het bestuur veel aandacht besteed aan de datakwaliteit en complexiteitsreductie in de huidige regelingen, alsmede aan de communicatie aangezien dit kritische factoren zijn voor de invoering van de Wtp.

Het VO heeft in 2025 een positief advies gegeven inzake het voorgenomen invaarbesluit
Het VO is regelmatig bijgepraat door het bestuur en diens adviseurs over de voortgang en eventuele knelpunten en risico’s bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het VO heeft ook waar nodig overleg gevoerd met externe adviseurs. Het VO vindt dat er een goede samenwerking heeft plaatsgevonden met het bestuur. Het VO waardeert de inzet en transparantie van het bestuur in de afgelopen jaren.

Het VO heeft in 2025 en voorgaande jaren analyses en beoordelingen uitgevoerd op de nieuwe pensioenregeling (inclusief bijbehorende compensatieregelingen), de risicohouding, het evenwichtigheidskader, het beleggings-, solidariteits- en uitkeringsbeleid, alsmede de verwachte uitkomsten van dat beleid voor de verschillende deelnemersgroepen en generaties. Hierbij heeft het VO stilgestaan bij de evenwichtigheid van de gehele transitie voor actieve deelnemers, slapers, pensioengerechtigden en andere uitkeringsgerechtigden alsmede de werkgever.

Het VO heeft in 2025 een “stoplichtmodel” gehanteerd om de discussie met het bestuur te begeleiden en focus te houden op de belangrijkste onderwerpen en aandachtspunten, zoals de effecten van compensatieregelingen, het voorgenomen beleid en de positie van slapers.

Op basis van het transitieplan, het voorgenomen beleid van het bestuur om de pensioenregeling in te varen in het nieuwe stelsel en de verwachte uitkomsten daarvan voor alle deelnemers, heeft het VO een positief advies gegeven op het voorgenomen invaarbesluit.

Het invaarbesluit houdt niet per definitie in dat bij de bepaalde scenario’s elke individuele deelnemer erop vooruit zal gaan in het nieuwe pensioenstelsel, ondanks de toegekende compensatieregelingen. De feitelijke uitkomsten zullen afhangen van o.a. de economische scenario’s die zich zullen voordoen alsmede de specifieke omstandigheden van elke deelnemer. Het VO realiseert zich dat sommige deelnemers er mogelijk wel op achteruit kunnen gaan, maar is van mening dat de overgang naar het nieuwe stelsel naar verwachting niet leidt tot onevenredig nadeel voor actieven, slapers, gepensioneerden en overige uitkeringsgerechtigden als geheel.

Zonder afbreuk te doen aan het positieve advies, heeft het VO enkele aandachtspunten gedeeld met het bestuur inzake de evenwichtigheid van de compensatieregelingen voor o.a. de complexiteitsreductie en de afschaffing van de doorsneesystematiek.

Het VO geeft nog de volgende aanbevelingen aan het bestuur:

  • Monitor de ontwikkeling van de dekkingsgraad naar het invaarmoment van 1 oktober 2026 toe.
  • Bewaak dat pensioenuitvoerders zoals TKP en AAM tijdig, juist en volledig in staat zijn om de pensioenregeling goed uit te voeren en tegen aanvaardbare kosten.
  • Waarborg transparante communicatie richting alle deelnemers over de inhoud en gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel, de keuzes die de sociale partners en het pensioenfonds hebben gemaakt (en wat dit betekent voor alle belanghebbenden) alsmede de vorderingen in de transitie.
  • Blijf aandacht houden voor voldoende ‘countervailing power’ op de gemaakte berekeningen door externe adviseurs. Het VO denkt hierbij aan o.a. bevindingen en aanbevelingen vanuit de sleutelfunctiehouders, experts binnen het bestuur en bestuursbureau en externe adviseurs.
  • Blijf voldoende aandacht besteden aan het versterken van de kennis en beheersingsmaatregelen van uitbestedings-, ICT- en cybersecurityrisico’s, bij zowel het pensioenfonds zelf als bij de belangrijkste uitbestedingspartners.

Uitvoeringskosten 2025

Op grond van art 115a lid 2 PW laatste volzin, dient het verslag van het VO ook een oordeel te bevatten over de gemaakte uitvoeringskosten. Het VO deelt de mening van het bestuur dat de kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling in lijn zijn met de complexiteit van de pensioenregeling. De kosten liggen in 2025 en naar verwachting ook in 2026 tijdelijk hoger door de invoering van de Wtp; de Wtp-kosten 2025 zijn separaat in het jaarverslag vermeld.

De vermogensbeheerkosten zijn bij het pensioenfonds hoger dan bij andere pensioenfondsen. Dit wordt veroorzaakt door relatief veel actief beheerde beleggingen en een aantal complexe beleggingscategorieën zoals private equity, private debt en niet-beursgenoteerd vastgoed. Het bestuur heeft de verwachting dat op termijn hier hogere rendementen tegenover zullen staan. Het VO constateert dat het rendement van enkele beleggingscategorieën (zoals private equity) in 2025 en ook gemeten over meerdere jaren deels achterblijft ten opzichte van de benchmarks; inmiddels is actie genomen om de separate allocatie van aandelen Long Term Investing en opkomende markten te beëindigen. Het VO begrijpt dat beleggingsallocatie wel op langere termijn beoordeeld moet worden, maar verwacht wel een heldere communicatie waarin een samenhangende toelichting wordt gegeven over de relatie rendement-risicohouding, duurzaamheid en kosten.

Het VO is tenslotte van mening dat het bestuur in de beleidskeuzes voldoende aandacht heeft besteed aan de beheersing van de kosten voor de uitvoering van de pensioenregeling en de kosten voor het vermogensbeheer.

Eindoordeel over 2025

Op grond van bovenstaande werkzaamheden en bevindingen, is het VO van oordeel dat het bestuur over 2025 goed heeft gehandeld om de pensioenregeling op een beheerste en evenwichtige wijze uit te voeren en tot de zorgvuldig afgewogen beleidskeuzes is gekomen. Tevens is het VO van mening dat de huidige governance (bestuur, intern toezicht, de sleutelfunctiehouders en het bestuursbureau) naar behoren heeft gefunctioneerd. Het VO wil alle bestuursleden, sleutelfunctiehouders en medewerkers van het bestuursbureau bedanken voor hun inzet en ziet voor het komende jaar weer een goede samenwerking tegemoet.

Speerpunten voor 2026

Vooruitkijkend naar 2026 heeft het VO de volgende speerpunten gedefinieerd:

  1. Overgang/transitie naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 oktober 2026.
  2. Eventuele wijzigingen in het invaarbesluit die voor de transitiedatum worden doorgevoerd, bijvoorbeeld als gevolg van verzoeken van DNB, zullen door het VO worden behandeld (adviesplichtig).
  3. Communicatie, in het bijzonder de communicatie over de transitie naar het nieuwe stelsel.
  4. Evaluatie van het bestuursmodel van het fonds.
  5. Uitbestedingsrelaties met TKP en bijbehorende onderaannemers.

Amersfoort, 30 april 2026

J.A. van Dijk (voorzitter)
L. Appeldoorn (tot en met 31 juli 2025)
W. Belt-Berenbak
C. Fontijn (vanaf 1 augustus 2025)
L.H. van Hurck
A.W. Nauta
E.P. Noorloos (tot en met 31 december 2025)
J.L.E.D. Vandenbergh (vanaf 19 januari 2026)
W.E. Velding

Reactie van het bestuur op het verslag van het verantwoordingsorgaan

Het bestuur bedankt het verantwoordingsorgaan voor het positieve oordeel over het gevoerde beleid in 2025 en voor de grote inzet van het verantwoordingsorgaan, in het bijzonder op het dossier rond de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het verantwoordingsorgaan heeft een positief advies uitgebracht over het voorgenomen invaarbesluit. Het bestuur heeft de aanbevelingen van het verantwoordingsorgaan bij dit invaarbesluit zorgvuldig overwogen en heeft met het verantwoordingsorgaan gedeeld op welke wijze en in welke mate het bestuur invulling geeft aan de aanbevelingen.

Het bestuur vindt een zorgvuldige overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van groot belang. De dekkingsgraad, transparante en begrijpelijke communicatie en uitvoerbaarheid worden daarom structureel bij de besluitvorming betrokken. Ook in deze fase zal het bestuur het verantwoordingsorgaan op een transparante wijze meenemen.