Spring naar inhoud

Je pensioenregeling en de ontwikkelingen in wet- en regelgeving

Je pensioenregeling en de ontwikkelingen in wet- en regelgeving

Onze huidige pensioenregeling

Bij Pensioenfonds KPN neem je deel aan de volgende pensioenregeling: 

  • Tot een salaris van € 45.378 bouw je pensioen op in een zogeheten voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. Daarin bouw je jaarlijks voorwaardelijk 1,875% op van je pensioengrondslag van dat jaar. Mocht de financiering vanuit het premiedepot in enig jaar onvoldoende zijn, dan is het mogelijk dat de opbouw lager is dan 1,875% over dat jaar. 
  • Vanaf een salaris van € 45.378 tot aan het fiscaal maximale pensioengevend salaris van  € 137.800 (grens voor 2025) bouw je pensioen op in een beschikbare premieregeling. Deze regeling kent een leeftijdsafhankelijke beschikbare premiestaffel. De premies worden belegd en van het saldo wordt op jouw pensioendatum een pensioen ingekocht. Ook bestaat de mogelijkheid van doorbeleggen.
  • Als onze financiële situatie het toelaat, verhogen we je opgebouwde pensioen jaarlijks om de prijsstijgingen in Nederland te compenseren (toeslagverlening). Er is geen recht op toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre je pensioen in de toekomst kan worden verhoogd met een toeslag.
  • Ook is het mogelijk om binnen bepaalde grenzen deel te nemen aan individueel pensioensparen. De opbouw vindt plaats met een leeftijdsafhankelijke beschikbare premiestaffel. 
  • We hanteren een rekenleeftijd van 68 jaar, maar je kunt je pensioen ook eerder laten ingaan. In onze pensioenregeling is dat mogelijk vanaf 60 jaar. In de praktijk wordt vaak de datum waarop de AOW ingaat gekozen als pensioendatum. De pensioenaanspraken worden dan aangepast naar deze leeftijd.
  • Voor nabestaanden bestaat recht op een tijdelijk en een levenslang partnerpensioen en op een wezenpensioen. 
  • Als je arbeidsongeschikt bent, wordt je pensioen onder voorwaarden verder opgebouwd. Dit heet premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en het salaris dat hiervoor in aanmerking komt bedraagt maximaal € 137.800 (grens voor 2025).
  • Er is onder voorwaarden een arbeidsongeschiktheidspensioen over het salaris boven € 75.865 (grens voor 2025). Bij de bepaling van het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt geen rekening gehouden met het fiscaal maximale pensioengevend salaris. 

Een gedetailleerd overzicht van je pensioenregeling vind je op onze website. 

Pensioenen stijgen in 2026

We bekijken ieder jaar of de pensioenen verhoogd kunnen worden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar twee zaken:

  • Onze beleidsdekkingsgraad.
  • Het dalen of stijgen van de prijzen van bijvoorbeeld gas, elektriciteit en dagelijkse boodschappen. We gaan daarbij uit van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Half november 2025 hebben we besloten om de pensioenen per 1 januari 2026 te verhogen. De dekkingsgraad was echter niet hoog genoeg om de pensioenen evenveel te laten stijgen als de prijzen (3,16%). Het pensioen voor actieven stijgt met 3,02% en het pensioen van de groep oud-werknemers en pensioengerechtigden is met 3,05% verhoogd.

Deelnemers zijn op vrijdag 15 december 2025 over dit besluit geïnformeerd door middel van de nieuwsbrief aangevuld met uitgebreid nieuwsbericht op de website. 

Wet- en regelgeving: ontwikkelingen in 2025

Wet toekomst pensioenen

Na een lange periode van voorbereiding en een kleinschalig begin in 2025 waarin een handvol pensioenfondsen is ingevaren, is de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel in 2026 op grote schaal verder gegaan. 

In totaal zijn er aan het begin van 2026 30 pensioenfondsen over gegaan op het nieuwe pensioenstelsel. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de Wet toekomst pensioenen

Aanvullende wet- en regelgeving
Het wetsvoorstel voor toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen wordt naar verwachting in 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. De wet zou op 1 januari 2027 in werking moeten treden, waarbij sommige onderdelen met terugwerkende kracht tot 1 juli 2023 gaan gelden.

De volgende onderwerpen in het wetsvoorstel zijn het meest relevant voor de uitvoering van pensioenregelingen: 

• Voortzetting risicodekking wezenpensioen: na einde van de deelneming kan de dekking van het partnerpensioen en van het wezenpensioen afzonderlijk worden voortgezet; 

• Premies voortzetting risicodekking ten laste van het gehele pensioenvermogen Dit is alleen van belang als het pensioenvermogen in de opbouwfase al een dubbele bestemming, namelijk ouderdoms- én partnerpensioen, kent. Deze premies komen dan ook deels ten laste van het pensioenvermogen waarmee partnerpensioen zal worden aangekocht; 

• Uniforme definitie van het begrip ‘kind’. Bij de invoering van de nieuwe wettelijke definitie van het begrip ‘kind’ gaat het met name om stief- en pleegkinderen. 

Op 2 december 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Verlenging pensioentransitie. Deze wet is op 1 januari 2026 in werking getreden. Met deze wet zijn de transitiedata, waaronder de uiterste transitiedatum, uit de Wtp gehaald en overgeheveld naar een besluit van de minister (AMvB). Met dit besluit worden de transitiedata vastgelegd en wordt geregeld dat de uiterste transitiedatum met één jaar wordt uitgesteld, tot 1 januari 2028, waardoor er meer ruimte ontstaat voor de uitvoerende partijen om de werkzaamheden te spreiden. Ook wordt het eenvoudiger om zo nodig de transitieperiode te verlengen tot na 1 januari 2028.

Op 16 december 2025 is het Verzamelbesluit pensioenen in werking getreden. Dit besluit bevat hoofdzakelijk een aantal wijzigingen in het Besluit uitvoering Pensioenwet en het Besluit FTK, die zorgen voor een betere en efficiëntere uitvoering van het nieuwe pensioenstelsel en de transitie daarnaartoe. Allereerst is een wijziging opgenomen die pensioenfondsen de mogelijkheid geeft om in de periode na invaren tijdelijk af te wijken van het strategisch beleggingsbeleid. Ook wordt mogelijk gemaakt dat een pensioenfonds de solidariteitsreserve mag inzetten om het eigen vermogen aan te vullen en daarmee te voorkomen dat de pensioenaanspraken en -rechten verminderd moeten worden. Verder wordt gewijzigd op welk moment een pensioenfonds moet toetsen of het voldoet aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen. Daarnaast wordt geregeld dat bij de weergave van de navigatiemetafoor in het pensioenregister het bedrag onder de navigatiemetafoor komt te vervallen, zodat de navigatiemetafoor op www.mijnpensioenoverzicht.nl aansluit bij de navigatiemetafoor op het UPO.

Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026 is op 2 december 2025 aangenomen door de Eerste Kamer. In dit wetsvoorstel worden voornamelijk kleine onjuistheden in de wetgeving aangepast. Voor pensioenregelingen zijn de volgende twee wijzigingen het meest van belang:

• Het wezenpensioen liep volgens de Pensioenwet tot het kind 25 jaar wordt. Dat zou betekenen dat de wees in de maand van de 25e verjaardag, nooit een volledige maand pensioen zou ontvangen. Via de Fiscale verzamelwet 2026 is sinds 1 januari in de Pensioenwet opgenomen dat een wezenpensioenuitkering eindigt op de laatste dag van de maand waarin de wees 25 jaar wordt. Voorgesteld wordt om aan de fiscale begrenzing in de Wet op de loonbelasting terugwerkende kracht te verlenen tot en met 1 juli 2023.

• Als de deelnemer binnen tien jaar voor de pensioenrichtdatum minder gaat werken, wordt het mogelijk om het nabestaandenpensioen te blijven baseren op het loon voordat de deelnemer een lager loon gaat ontvangen. Deze regeling wordt opgenomen in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting.

Nog te regelen zaken
Voor de Wtp-pensioenregeling zijn nog nadere regelingen nodig om deze goed te kunnen uitvoeren. Enkele daarvan zijn de volgende.

De afkoopgrens voor kleine pensioenen is in de Pensioenwet nog geformuleerd als een uitkering per jaar. Omdat in een pensioenregeling onder de Wtp de omvang van het pensioenvermogen van de deelnemer bepalend is, ligt het voor de hand de afkoopgrens te formuleren als een bedrag aan pensioenvermogen. Is dat pensioenvermogen op de toetsdatum lager, dan is afkoop mogelijk. 

Na einde deelname bestaat er een wettelijk recht op voortzetting van het nabestaandenpensioen in de WW- of ZW-periode. Pensioenuitvoerders hebben voor een goede uitvoering gegevens van het UWV nodig. De Pensioenfederatie werkt samen met het UWV om deze aanlevering van relevante gegevens nog nader uit te werken.

Wetsvoorstellen op de lange baan

Eerder had de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de behandeling van het wetsvoorstel voor de Wet pensioenverdeling bij scheiding naar de toekomst verschoven. De wet zal pas na het einde van de transitietermijn in werking treden.

Ditzelfde kan gaan gelden voor de invoering van de keuzeoptie Bedrag Ineens. De invoering van deze keuze bij pensioeningang is al vele malen uitgesteld. Op dit moment is de invoeringsdatum nog niet bekend.