12.5 Toelichting op de balans per 31 december 2025
Activa
1. Beleggingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 884.049 | 900.921 |
| Aandelen | 2.911.467 | 3.077.653 |
| Vastrentende waarden | 5.165.343 | 5.352.090 |
| Derivaten | 24.599 | 75.631 |
| Overige beleggingen | 1.119.083 | 1.328.807 |
| Totaal | 10.104.541 | 10.735.102 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed- beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 900.921 | 3.077.653 | 5.352.090 | -1.110.300 | 1.328.807 | 9.549.171 |
| Aankopen | 72.023 | 1.228.173 | 581.150 | -73.939 | 1.813.846 | 3.621.253 |
| Verkopen | -59.055 | -1.548.828 | -771.453 | 63.275 | -1.890.443 | -4.206.504 |
| Herwaardering | -29.840 | 154.469 | 3.556 | -514.561 | -69.384 | -455.760 |
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | -63.743 | -63.743 |
| Stand per 31 december 2025 | 884.049 | 2.911.467 | 5.165.343 | -1.635.526 | 1.119.083 | 8.444.416 |
| Schuldpositie derivaten (credit) | 1.660.125 | |||||
| Totaal | 10.104.541 |
Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.
In 2025 bedraagt de negatieve derivatenpositie € 1.660,1 miljoen (2024: € 1.185,9 miljoen).
In de 'overige beleggingen' worden de beleggingen in private equity en money market funds verantwoord. Daarnaast worden ook de beleggingsliquiditeiten onder 'overige beleggingen' verantwoord. De vorderingen en schulden inzake beleggingen en het onderpand op de derivaten zijn in 2025 en 2024 niet opgenomen onder de 'overige beleggingen' maar separaat opgenomen onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva.
Het saldo onder overige mutaties in de categorie 'Overige beleggingen' heeft betrekking op de betalingen en ontvangsten van kasonderpand.
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed-beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 995.671 | 2.549.986 | 5.142.920 | -1.235.282 | 1.256.478 | 8.709.773 |
| Aankopen | 468.902 | 820.232 | 797.952 | 0 | 1.562.438 | 3.649.524 |
| Verkopen | -521.911 | -857.938 | -944.143 | 109.745 | -1.529.064 | -3.743.311 |
| Herwaardering | -41.741 | 565.373 | 355.362 | 15.237 | 61.235 | 955.466 |
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | -22.280 | -22.280 |
| Stand per 31 december 2024 | 900.921 | 3.077.653 | 5.352.090 | -1.110.300 | 1.328.807 | 9.549.171 |
| Schuldpositie derivaten (credit) | 1.185.931 | |||||
| Totaal | 10.735.102 |
Vastgoedbeleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed | 884.049 | 900.921 |
| Totaal | 884.049 | 900.921 |
De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 906,9 miljoen (2024: € 878,6 miljoen).
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vesteda | 95.063 | 10,8% | 87.860 | 9,8% |
| Prologis European Logistics | 65.711 | 7,4% | 63.621 | 7,1% |
| Morgan Stanley Prime Property | 58.689 | 6,6% | 66.971 | 7,4% |
| Bouwinvest Dutch Residential Fund | 73.446 | 8,3% | 48.553 | 5,4% |
| CBRE Europe Logistics Partner | 79.925 | 9,0% | 78.180 | 8,7% |
| Totaal | 372.834 | 42,2% | 345.187 | 38,3% |
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 2.911.467 | 3.077.653 |
| Totaal | 2.911.467 | 3.077.653 |
De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 2.241,6 miljoen (2024: € 2.072,7 miljoen).
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| NVIDIA CORP | 151.191 | 5,2% | 105.102 | 3,4% |
| Totaal | 151.191 | 5,2% | 105.102 | 3,4% |
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Obligaties | 739.312 | 772.324 |
| Hypothekenfonds | 1.943.725 | 2.023.433 |
| Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 2.482.306 | 2.556.334 |
| Totaal | 5.165.343 | 5.352.090 |
De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 4.760,7 miljoen (2024: € 4.919,4 miljoen). Het pensioenfonds heeft geen vastrentende waarden uitgeleend (2024: geen).
De beleggingen onder "Hypothekenfonds" betreft de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.
Het pensioenfonds belegt voor € 1.589,7 duizend ofwel 0,02% van de totale beleggingsportefeuille in de werkgever KPN N.V. In 2024 belegde het pensioenfonds voor € 892,4 duizend of 0,01% van de totale beleggingsportefeuille in de werkgever KPN N.V.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Duitse staatsobligaties | 388.190 | 7,5% | 401.580 | 7,5% |
| Totaal | 388.190 | 7,5% | 401.580 | 7,5% |
De waarde van de beleggingen in MM Dutch Mortgage Fund bedraagt € 1.943,7 miljoen en is meer dan 5% van de beleggingen in vastrentende waarden. Echter, de uiteindelijke beleggingen zijn verspreid over een veelvoud van debiteuren.
Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Valutaderivaten | 24.599 | 75.631 |
| Totaal | 24.599 | 75.631 |
In de bovenstaande weergave zijn alleen de positieve derivatenposities meegenomen in verband met het hoge saldo aan negatieve rentederivaten. De negatieve derivatenpositie staat aan de passiva zijde van de balans. Een toelichting inzake de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Liquide middelen | 57.565 | 123.047 |
| Private equity | 615.328 | 650.415 |
| Money Market Funds | 446.190 | 555.345 |
| Totaal | 1.119.083 | 1.328.807 |
De vorderingen en schulden inzake beleggingen worden separaat op de balans onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva gepresenteerd.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Morgan Stanley Liquidity Fund | 148.581 | 13,3% | 184.886 | 13,9% |
| Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC | 148.661 | 13,3% | 185.300 | 13,9% |
| BlackRock ICS Euro Liquidity Fund | 148.948 | 13,3% | 185.159 | 13,9% |
| Totaal | 446.190 | 39,9% | 555.345 | 41,8% |
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.
Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten.
In onderstaand overzicht is rekening gehouden met de vorderingen en schulden inzake beleggingen en de negatieve derivaten. Hierdoor komt de eindstand niet overeen met de eindstand op de balans en de toelichting op de balans. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:
| (bedragen x € 1.000) | Directe markt-noteringen | Afgeleide markt-noteringen | Waarderings-modellen | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 22.266 | 861.783 | 0 | 884.049 |
| Aandelen | 0 | 2.911.467 | 0 | 0 | 2.911.467 |
| Vastrentende waarden | 739.312 | 2.374.216 | 2.051.815 | 0 | 5.165.343 |
| Derivaten | 0 | -1.635.526 | 0 | 0 | -1.635.526 |
| Overige beleggingen | 0 | 446.190 | 615.328 | 1.692.542 | 2.754.060 |
| Stand per 31 december 2025 | 739.312 | 4.118.613 | 3.528.926 | 1.692.542 | 10.079.393 |
| (bedragen x € 1.000) | Directe markt-noteringen | Afgeleide markt-noteringen | Waarderings-modellen | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 18.633 | 882.288 | 0 | 900.921 |
| Aandelen | 0 | 3.077.653 | 0 | 0 | 3.077.653 |
| Vastrentende waarden | 772.324 | 2.556.334 | 2.023.433 | 0 | 5.352.090 |
| Derivaten | 0 | -1.110.300 | 0 | 0 | -1.110.300 |
| Overige beleggingen | 0 | 555.345 | 650.415 | 1.217.102 | 2.422.862 |
| Stand per 31 december 2024 | 772.324 | 5.097.664 | 3.556.136 | 1.217.102 | 10.643.226 |
2. Beleggingen voor risico deelnemers
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 67.246 | 65.884 |
| Aandelen | 605.218 | 592.960 |
| Vastrentende waarden | 645.985 | 618.200 |
| Overige beleggingen | 1.491 | 1.391 |
| Totaal | 1.319.940 | 1.278.435 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed-beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 65.884 | 592.960 | 618.200 | 1.391 | 1.278.435 |
| Aankopen | 9.065 | 228.286 | 92.585 | 1.710 | 331.646 |
| Verkopen | -11.565 | -270.077 | -66.783 | -1.508 | -349.933 |
| Herwaardering | 3.862 | 54.049 | 1.983 | -102 | 59.792 |
| Stand per 31 december 2025 | 67.246 | 605.218 | 645.985 | 1.491 | 1.319.940 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed-beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 60.238 | 542.146 | 581.301 | 2.650 | 1.186.335 |
| Aankopen | 11.832 | 135.278 | 76.624 | 268 | 224.001 |
| Verkopen | -9.583 | -187.212 | -63.175 | -1.593 | -261.563 |
| Herwaardering | 3.398 | 102.748 | 23.450 | 66 | 129.662 |
| Stand per 31 december 2024 | 65.884 | 592.960 | 618.200 | 1.391 | 1.278.435 |
Vastgoedbeleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed | 67.246 | 65.884 |
| Totaal | 67.246 | 65.884 |
De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 36,9 miljoen (2024: € 60,8 miljoen).
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 605.218 | 592.960 |
| Totaal | 605.218 | 592.960 |
De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 393,3 miljoen (2024: € 403,8 miljoen).
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 458.108 | 435.768 |
| Hypothekenfonds | 187.877 | 182.431 |
| Totaal | 645.985 | 618.200 |
Vanaf boekjaar 2025 zijn de vastrentende waarden gesplitst opgenomen in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden en in hypotheekfondsen. Voor de vergelijkbaarheid zijn de cijfers van 2024 ook gesplitst opgenomen.
De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 570,9 miljoen (2024: € 591,9 miljoen).
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Beleggingsfondsen | 1.491 | 1.391 |
| Totaal | 1.491 | 1.391 |
3. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Vorderingen inzake beleggingen | 1.651.364 | 1.097.630 |
| Vorderingen op de werkgever | 0 | 9.054 |
| Vordering op de belastingdienst | 207 | 310 |
| Vordering op de herverzekeraar | 20 | 66 |
| Overige vorderingen en overlopende activa | 109 | 153 |
| Totaal | 1.651.700 | 1.107.213 |
De vorderingen inzake beleggingen betreffen kas onderpand en nog af te wikkelen transacties.
De vordering op de Belastingdienst bestaat uit de terug te vorderen btw over het vierde kwartaal 2025.
De vordering op de herverzekeraar betreffen nog te verwachten uitkeringen van de herverzekeraars Nationale Nederlanden en Zwitserleven over het jaar 2026.
De overige vorderingen en overlopende activa bestaan voornamelijk uit de nog te ontvangen creditrente over het vierde kwartaal 2025 (€ 0,1 miljoen).
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.
4. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Liquide middelen | 4.144 | 14.832 |
| Totaal | 4.144 | 14.832 |
De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Pensioenfonds KPN heeft een Intraday limiet van € 10,5 miljoen bij zijn huisbankier.
Passiva
5. Stichtingskapitaal en reserves
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.456.010 | 2.044.082 |
| Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar | 277.559 | 411.928 |
| Stand per 31 december | 2.733.569 | 2.456.010 |
Dekkingsgraden, vermogensposities en herstelplan
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
| Actuele dekkingsgraad | 131,9% | 126,1% |
| Reële dekkingsgraad | 101,6% | 99,6% |
| Beleidsdekkingsgraad | 129,6% | 126,8% |
Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt ten behoeve van deze berekening de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekening houdend met de verwachte prijsinflatie. Doordat het premiedepot is opgenomen onder de langlopende schulden, wordt deze niet meegeteld in de bepaling van de dekkingsgraad. De reële dekkingsgraad is gelijk aan de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de beleidsdekkingsgraad die is vereist voor de volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie. Op basis van deze definitie komt de reële dekkingsgraad ultimo 2025 uit op 101,6% (2024: 99,6%).
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder de paragraaf 'Risicobeheer'.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Stichtingskapitaal en reserves | 2.733.569 | 2.456.010 |
| Minimaal vereist eigen vermogen | 307.694 | 343.864 |
| Vereist eigen vermogen | 1.230.290 | 1.417.466 |
De vermogenspositie van het pensioenfonds kan ultimo 2025 gekarakteriseerd worden als een situatie met een toereikende solvabiliteit omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen.
Herstelplan en haalbaarheidstoets
Per 30 juni 2021 was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de vereiste dekkingsgraad. Hiermee was het pensioenfonds per deze datum uit herstel. Omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (129,6%) ook hoger is dan de vereiste dekkingsgraad (114,3%), hoeft het pensioenfonds geen actualisatie van het herstelplan in te dienen in 2026, omdat de verplichting per 30 juni 2021 al was vervallen.
Op grond van het financieel toetsingskader, moet een pensioenfonds jaarlijks een haalbaarheidstoets uitvoeren. Daarnaast moet het pensioenfonds laten zien dat het afgesproken premiebeleid reëel en haalbaar is, alsook dat het pensioenfonds een voldoende herstelkracht heeft vanuit het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen.
Voor pensioenfondsen die de opgebouwde pensioenen naar verwachting volledig zullen invaren in de nieuwe pensioenregeling onder Wtp en die na invaren naar verwachting geen flexibele premieregeling met een vastgestelde uitkering uitvoeren, is de mogelijkheid geboden om van de jaarlijkse haalbaarheidstoets af te zien. Dit is bij ons pensioenfonds het geval. Wij hebben ervoor gekozen om in 2025 geen haalbaarheidstoets uit te voeren. Dit geldt ook voor de afgelopen jaren.
Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het saldo van de staat van baten en lasten is toegevoegd aan de algemene reserve.
6. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds | 7.037.067 | 7.877.579 |
| Totaal | 7.037.067 | 7.877.579 |
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.877.579 | 7.551.154 |
| Pensioenopbouw | 70.199 | 70.205 |
| Toeslagverlening | 206.325 | 164.547 |
| Rentetoevoeging | 179.783 | 254.873 |
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -348.678 | -329.843 |
| Wijziging marktrente | -991.667 | 110.855 |
| Wijziging actuariële grondslagen | -164 | -3.114 |
| Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten | -6.093 | -5.829 |
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 49.783 | 64.731 |
| Stand per 31 december | 7.037.067 | 7.877.579 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast.
In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.
Toeslagverlening
De toeslagverlening voor deelnemers, pensioengerechtigden en gewezen deelnemers wordt gebaseerd op het afgeleide consumentenprijsindexcijfer (periode september - september). Bij een beleidsdekkingsgraad tussen 110% en de grens die nodig is voor toekomstbestendige toeslagverlening (in 2025 129,1%) kan een evenredige toeslag worden toegekend aan de actieve deelnemers. De evenredige toeslag wordt berekend op basis van de beleidsdekkingsgraad.
Voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers wordt de toeslag berekend aan de hand van het aanwezige vermogen boven de grens van 110%. De aldus bepaalde toeslag is hoger dan de evenredig berekende toeslag.
Het bestuur heeft op basis van de financiële positie besloten per 1 januari 2026 een gedeeltelijke toeslag te verlenen van 3,02% voor de actieve deelnemers en 3,05% voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers. De reguliere toeslag bedraagt in totaal € 206,3 miljoen en dit bedrag is toegevoegd aan de voorziening pensioenverplichtingen.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de 1-jaarsrente van de RTS-curve aan het begin van het verslagjaar, wat overeenkomt met een bedrag van € 179,8 miljoen.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenen van de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur.
De gemiddelde marktrente is per 31 december 2025 3,15% (2024: 2,19%) en daarmee 1,0%-punt hoger dan per 31 december 2024. Als gevolg van deze stijging van de marktrente is € 991,7 miljoen onttrokken aan de voorziening pensioenverplichtingen.
Wijziging actuariële grondslagen
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
De basis voor vaststelling van de gehuwdheidsfrequenties voor de reservering voor latent partnerpensioen is geactualiseerd. Dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 0,2 miljoen en een verwaarloosbaar effect op de dekkingsgraad.
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorziening | 4.848 | 4.366 |
| Onttrekking aan de technische voorziening | -10.941 | -10.195 |
| Totaal | -6.093 | -5.829 |
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Resultaat op kanssystemen: | ||
| - Sterfte | -13.303 | -3.483 |
| - Arbeidsongeschiktheid | 1.604 | -910 |
| - Mutaties | 51.943 | 59.356 |
| Overige technische grondslagen | 9.539 | 9.768 |
| Totaal | 49.783 | 64.731 |
Het resultaat op sterfte is in 2025 relatief hoog. Een positief resultaat op langleven betekent dat de werkelijke sterfte hoger lag dan de verwachte sterfte. Daarnaast was voor ingegane nabestaandenpensioenen minder geld nodig dan verwacht wat leidt tot een licht positief resultaat op kortleven.
De 'mutaties' bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren. In de overige technische grondslagen is onder andere de waarde van de garantie voor de 0%-garantieregeling verwerkt. De mutatie van de 0%-garantieregeling betreft in 2025 een afname van € 0,1 miljoen.
De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds inclusief voorziening operationele kosten en exclusief de overige technische voorziening is naar categorieën ultimo 2025 als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |
| Actieven | 1.094.093 | 10.573 | 1.368.667 | 10.952 |
| Gewezen deelnemers | 1.864.128 | 35.265 | 2.365.532 | 36.155 |
| Pensioengerechtigden | 4.078.846 | 25.498 | 4.143.380 | 24.720 |
| Totaal | 7.037.067 | 71.336 | 7.877.579 | 71.827 |
Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling betreft een gecombineerde regeling. Tot het salarisdeel van € 45.378 betreft het een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling (artikel 10 Pensioenwet: uitkeringsovereenkomst) en vanaf € 45.378 betreft het een beschikbare-premieregeling (artikel 10 Pensioenwet: premieovereenkomst).
De pensioenleeftijd bedraagt 68 jaar, uitstel en vervroeging is mogelijk en er is geen sprake van een toetredingsleeftijd.
Jaarlijks wordt in de middelloonregeling een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. Het pensioengevend salaris betreft het vaste maandsalaris, verhoogd met 8/10,5de deel van het cao-budget. Daarnaast zijn bepaalde variabele en vaste salariscomponenten pensioengevend. De franchise bedraagt voor 2025 € 18.475 en in 2025 is er sprake van een maximum pensioengevend salaris van € 137.800.
De beschikbare-premieregeling heeft een leeftijdsafhankelijke staffel. Het saldo wordt voor (gewezen) deelnemers omgezet op de pensioendatum tegen de dan geldende omzettingsfactoren. Het bestuur is bevoegd om deze omzettingsfactoren aan te passen. De inkooptarieven voor de BPR- en de IPS-regeling worden vastgesteld op de maandelijks gepubliceerde rentetermijnstructuur.
Er is sprake van een recht op nabestaanden- en wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin over de opgebouwde aanspraken toeslag wordt verleend.
Toeslagverlening
De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (cpi) voor alle bestedingen (afgeleid) over de periode september-september, zoals vastgesteld door het CBS.
Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.
Het bestuur heeft op basis van de financiële positie besloten per 1 januari 2026 een gedeeltelijke toeslag te verlenen van 3,02% voor de actieve deelnemers en 3,05% voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers.
Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Het bestuur van het pensioenfonds geeft in zijn jaarrekening elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.
De percentages uit het verleden van het pensioenfonds en ondernemingspensioenfonds KPN zijn naar rato samengevoegd opgenomen.
| Actieve deelnemers | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 0,57% | 0,38% | 0,19% | 9,26% |
| 2016 | 0,39% | 0,00% | 0,39% | 9,69% |
| 2017 | -0,01% | 0,00% | -0,01% | 9,68% |
| 2018 | 1,47% | 0,74% | 0,73% | 10,48% |
| 2019 | 1,47% | 1,11% | 0,36% | 10,87% |
| 2020 | 1,64% | 0,41% | 1,23% | 12,24% |
| 2021 | 0,99% | 0,11% | 0,88% | 13,23% |
| 2022 | 2,57% | 2,57% | 0,00% | 13,23% |
| 2023 | 17,16% | 10,50% | 6,66% | 20,77% |
| 2024 | -1,39% | 0,00% | -1,39% | 19,09% |
| 2025 | 2,54% | 2,09% | 0,45% | 19,63% |
| 2026 | 3,16% | 3,02% | 0,14% | 19,80% |
Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 0,82% | 0,55% | 0,27% | 10,08% |
| 2016 | 0,64% | 0,00% | 0,64% | 10,78% |
| 2017 | -0,01% | 0,00% | -0,01% | 10,77% |
| 2018 | 1,47% | 0,81% | 0,66% | 11,50% |
| 2019 | 1,47% | 1,16% | 0,31% | 11,85% |
| 2020 | 1,64% | 0,48% | 1,16% | 13,14% |
| 2021 | 0,99% | 0,13% | 0,86% | 14,11% |
| 2022 | 2,57% | 2,57% | 0,00% | 14,11% |
| 2023 | 17,16% | 11,82% | 5,34% | 20,20% |
| 2024 | -1,39% | 0,00% | -1,39% | 18,53% |
| 2025 | 2,54% | 2,17% | 0,37% | 18,97% |
| 2026 | 3,16% | 3,05% | 0,11% | 19,10% |
Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.
7. Voorziening operationele kosten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 236.014 | 226.252 |
| Pensioenopbouw | 2.103 | 2.103 |
| Toeslagverlening | 6.180 | 4.930 |
| Rentetoevoeging | 5.385 | 7.636 |
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -10.140 | -9.595 |
| Wijziging marktrente | -29.704 | 3.321 |
| Wijziging actuariële grondslagen | -5 | -93 |
| Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten | -183 | -175 |
| Overige | 1.135 | 1.635 |
| Stand per 31 december | 210.785 | 236.014 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.
In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.
8. Overige technische voorzieningen
Voorziening voor arbeidsongeschiktheid
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 14.454 | 13.311 |
| Overige actuariële wijzigingen | -300 | 1.143 |
| Stand per 31 december | 14.154 | 14.454 |
Deze voorziening betreft de voorziening voor ingegane ziektegevallen. De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. De voorziening voor arbeidsongeschiktheid is gelijk aan twee keer de risicopremie uit de premiestelling van het komende jaar.
9. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemer
De pensioenregeling voor risico deelnemers is een beschikbare-premieregeling (premieovereenkomst). De regeling is bedoeld voor deelnemers met een salaris boven de BPR-grens.
De premie is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke premiestaffel. Het pensioenfonds ontvangt jaarlijks de premie van de werkgever en maakt deze over aan de vermogensbeheerder. De deelnemer betaalt geen aankoop en/of verkoopkosten. De kosten van beleggen (total expense ratio) worden direct verrekend in het rendement. Deze beleggingskosten zijn afhankelijk van het depot waarin wordt belegd.
De hoogte van de beleggingsrendementen (en daarmee het te bereiken eindkapitaal) is naast de premie afhankelijk van het door de deelnemer geselecteerde beleggingsprofiel en de binnen dit profiel aangekochte beleggingen. Het uiteindelijk te bereiken kapitaal is hiermee onzeker en volledig voor risico van de deelnemer.
Per 1 september 2016 is de Wet Verbeterde Premieregeling (WVP) in werking getreden. Het pensioenfonds biedt per 1 januari 2019 de mogelijkheid om een variabele pensioenuitkering in te kopen. Dit betekent ook dat vanaf 1 januari 2019 de deelnemer geen mogelijkheid meer heeft om met het opgebouwde BPR-kapitaal te shoppen buiten het pensioenfonds. De deelnemers die vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaan (en een BPR/IPS-kapitaal hebben) krijgen de keuze voorgelegd om op de pensioendatum te kiezen tussen een stabiele of een variabele uitkering.
Tussentijds opnemen van het kapitaal anders dan door middel van een waardeoverdracht is niet mogelijk.
Ultimo 2025 bedraagt de waarde van de WVP-regeling € 45,7 miljoen. De waarde van de WVP‑regeling zit verwerkt in onderstaand verloopoverzicht en is daardoor niet één-op-één afzonderlijk terug te zien.
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.278.435 | 1.186.335 |
| Inleg en stortingen | 42.892 | 35.349 |
| Uitkeringen en onttrekkingen | -61.179 | -72.911 |
| Beleggingsresultaten risico deelnemers | 59.792 | 129.662 |
| Stand per 31 december | 1.319.940 | 1.278.435 |
De "uitkeringen en onttrekkingen" bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren.
10. Langlopende schulden
Premiedepot
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 73.029 | 69.568 |
| Totaal toegevoegde premie | 124.937 | 116.237 |
| Rendement in boekjaar | 2.017 | 4.343 |
| 199.983 | 190.148 | |
| Gedempte kostendekkende premie t.b.v. het resultaat | -120.323 | -114.647 |
| Onttrekking t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering | -2.534 | -2.394 |
| Nog te verrekenen met premiedepot | 40 | -78 |
| Nog te verrekenen met premiedepot (t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering) | 0 | 0 |
| Verplaatsing naar kortlopende schuld | -77.166 | 0 |
| Stand per 31 december | 0 | 73.029 |
De totale premie die door de werkgevers in 2025 is gestort in het premiedepot bedraagt € 124,9 miljoen. De gedempte kostendekkende premie is uit het premiedepot onttrokken. In de totale premie is ook een bedrag opgenomen aan voorlopige afrekening 2025. Het deel van dit bedrag dat toegerekend moet worden aan het premiedepot wordt bepaald op basis van de gedempte kostendekkende premie. Op het moment dat deze definitief is bepaald, vindt nog een afrekening plaats.
In 2025 is een bedrag van € 2.534 onttrokken t.b.v. de financiering van de inkoop van de solvabiliteitsopslag van KPN-deelnemers bij de omzetting van DC-saldi bij pensioneren.
Het premiedepot wordt voor de overgang naar de Wtp opgeheven. Vandaar dat het premiedepot vanaf 2025 verplaatst is van een langlopende schuld naar een kortlopende schuld.
11. Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Derivaten | 1.660.125 | 1.185.931 |
| Totaal | 1.660.125 | 1.185.931 |
Een uitgebreide toelichting inzake de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
12. Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 6.044 | 6.049 |
| Schulden inzake beleggingen | 16.387 | 3.575 |
| Schuld aan de werkgever | 628 | 0 |
| Schuld inzake premiedepot | 77.166 | 0 |
| Overige schulden en overlopende passiva | 4.460 | 4.506 |
| Totaal | 104.685 | 14.130 |
De post 'Belastingen en premie sociale verzekeringen' betreft de nog af te dragen loonheffing, deze wordt maandelijks achteraf overgemaakt naar de belastingdienst.
De schulden inzake beleggingen betreffen het kas onderpand en de nog af te wikkelen transacties.
De nog te betalen schuld aan de werkgever heeft betrekking op de voorlopige premieafrekening over het jaar 2025.
De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit de overlopende kosten over het boekjaar 2025 van € 3,4 miljoen, de openstaande crediteuren van € 0,5 miljoen en de schuld inzake afkoop klein pensioen van € 0,4 miljoen. De openstaande crediteuren hebben voornamelijk betrekking op nog te betalen kosten TKP (€ 0,2 miljoen), advieskosten (€ 0,1 miljoen), kosten bestuur, bestuursbureau en verantwoordingsorgaan (€ 0,1 miljoen) en kosten vermogensbeheer (€ 0,1 miljoen).
Alle schulden hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.