Spring naar inhoud

12.5 Toelichting op de balans per 31 december 2025

Activa

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Vastgoedbeleggingen 884.049 900.921
Aandelen 2.911.467 3.077.653
Vastrentende waarden 5.165.343 5.352.090
Derivaten 24.599 75.631
Overige beleggingen 1.119.083 1.328.807
Totaal 10.104.541 10.735.102
(bedragen x € 1.000) Vastgoed- beleggingen Aandelen Vastrentende waarden Derivaten Overige beleggingen Totaal
Stand per 1 januari 2025 900.921 3.077.653 5.352.090 -1.110.300 1.328.807 9.549.171
Aankopen 72.023 1.228.173 581.150 -73.939 1.813.846 3.621.253
Verkopen -59.055 -1.548.828 -771.453 63.275 -1.890.443 -4.206.504
Herwaardering -29.840 154.469 3.556 -514.561 -69.384 -455.760
Overige mutaties 0 0 0 0 -63.743 -63.743
Stand per 31 december 2025 884.049 2.911.467 5.165.343 -1.635.526 1.119.083 8.444.416
Schuldpositie derivaten (credit)           1.660.125
Totaal           10.104.541

Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.

In 2025 bedraagt de negatieve derivatenpositie € 1.660,1 miljoen (2024: € 1.185,9 miljoen).

In de 'overige beleggingen' worden de beleggingen in private equity en money market funds verantwoord. Daarnaast worden ook de beleggingsliquiditeiten onder 'overige beleggingen' verantwoord. De vorderingen en schulden inzake beleggingen en het onderpand op de derivaten zijn in 2025 en 2024 niet opgenomen onder de 'overige beleggingen' maar separaat opgenomen onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva.

Het saldo onder overige mutaties in de categorie 'Overige beleggingen' heeft betrekking op de betalingen en ontvangsten van kasonderpand.

(bedragen x € 1.000) Vastgoed-beleggingen Aandelen Vastrentende waarden Derivaten Overige beleggingen Totaal
Stand per 1 januari 2024 995.671 2.549.986 5.142.920 -1.235.282 1.256.478 8.709.773
Aankopen 468.902 820.232 797.952 0 1.562.438 3.649.524
Verkopen -521.911 -857.938 -944.143 109.745 -1.529.064 -3.743.311
Herwaardering -41.741 565.373 355.362 15.237 61.235 955.466
Overige mutaties 0 0 0 0 -22.280 -22.280
Stand per 31 december 2024 900.921 3.077.653 5.352.090 -1.110.300 1.328.807 9.549.171
Schuldpositie derivaten (credit)           1.185.931
Totaal           10.735.102

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed 884.049 900.921
Totaal 884.049 900.921

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 906,9 miljoen (2024: € 878,6 miljoen).

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Vesteda 95.063 10,8% 87.860 9,8%
Prologis European Logistics 65.711 7,4% 63.621 7,1%
Morgan Stanley Prime Property 58.689 6,6% 66.971 7,4%
Bouwinvest Dutch Residential Fund 73.446  8,3% 48.553  5,4%
CBRE Europe Logistics Partner 79.925 9,0% 78.180 8,7%
Totaal 372.834 42,2% 345.187 38,3%

Aandelen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen 2.911.467 3.077.653
Totaal 2.911.467 3.077.653

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 2.241,6 miljoen (2024: € 2.072,7 miljoen). 


Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
NVIDIA CORP 151.191 5,2% 105.102 3,4%
Totaal 151.191 5,2% 105.102 3,4%

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Obligaties 739.312 772.324
Hypothekenfonds 1.943.725 2.023.433
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden 2.482.306 2.556.334
Totaal 5.165.343 5.352.090

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 4.760,7 miljoen (2024: € 4.919,4 miljoen). Het pensioenfonds heeft geen vastrentende waarden uitgeleend (2024: geen).

De beleggingen onder "Hypothekenfonds" betreft de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.

Het pensioenfonds belegt voor € 1.589,7 duizend ofwel 0,02% van de totale beleggingsportefeuille in de werkgever KPN N.V. In 2024 belegde het pensioenfonds voor € 892,4 duizend of 0,01% van de totale beleggingsportefeuille in de werkgever KPN N.V.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Duitse staatsobligaties 388.190 7,5% 401.580 7,5%
Totaal 388.190 7,5% 401.580 7,5%

De waarde van de beleggingen in MM Dutch Mortgage Fund bedraagt € 1.943,7 miljoen en is meer dan 5% van de beleggingen in vastrentende waarden. Echter, de uiteindelijke beleggingen zijn verspreid over een veelvoud van debiteuren.

Derivaten

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Valutaderivaten 24.599 75.631
Totaal 24.599 75.631

In de bovenstaande weergave zijn alleen de positieve derivatenposities meegenomen in verband met het hoge saldo aan negatieve rentederivaten. De negatieve derivatenpositie staat aan de passiva zijde van de balans. Een toelichting inzake de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Liquide middelen 57.565 123.047
Private equity 615.328 650.415
Money Market Funds 446.190 555.345
Totaal 1.119.083 1.328.807

De vorderingen en schulden inzake beleggingen worden separaat op de balans onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva gepresenteerd.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Morgan Stanley Liquidity Fund 148.581 13,3% 184.886 13,9%
Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC 148.661 13,3% 185.300 13,9%
BlackRock ICS Euro Liquidity Fund 148.948 13,3% 185.159 13,9%
Totaal 446.190 39,9% 555.345 41,8%

Schattingen en oordelen

Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. 

In onderstaand overzicht is rekening gehouden met de vorderingen en schulden inzake beleggingen en de negatieve derivaten. Hierdoor komt de eindstand niet overeen met de eindstand op de balans en de toelichting op de balans. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000) Directe markt-noteringen Afgeleide markt-noteringen Waarderings-modellen Overig Totaal
Vastgoedbeleggingen 0 22.266 861.783 0 884.049
Aandelen 0 2.911.467 0 0 2.911.467
Vastrentende waarden 739.312 2.374.216 2.051.815 0 5.165.343
Derivaten 0 -1.635.526 0 0 -1.635.526
Overige beleggingen 0 446.190 615.328 1.692.542 2.754.060
Stand per 31 december 2025 739.312 4.118.613 3.528.926 1.692.542 10.079.393
(bedragen x € 1.000) Directe markt-noteringen Afgeleide markt-noteringen Waarderings-modellen Overig Totaal
Vastgoedbeleggingen 0 18.633 882.288 0 900.921
Aandelen 0 3.077.653 0 0 3.077.653
Vastrentende waarden 772.324 2.556.334 2.023.433 0 5.352.090
Derivaten 0 -1.110.300 0 0 -1.110.300
Overige beleggingen 0 555.345 650.415 1.217.102 2.422.862
Stand per 31 december 2024 772.324 5.097.664 3.556.136 1.217.102 10.643.226

2. Beleggingen voor risico deelnemers

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Vastgoedbeleggingen 67.246 65.884
Aandelen 605.218 592.960
Vastrentende waarden 645.985 618.200
Overige beleggingen 1.491 1.391
Totaal 1.319.940 1.278.435
(bedragen x € 1.000) Vastgoed-beleggingen Aandelen Vastrentende waarden Overige beleggingen Totaal
Stand per 1 januari 2025 65.884 592.960 618.200 1.391 1.278.435
Aankopen 9.065 228.286 92.585 1.710 331.646
Verkopen -11.565 -270.077 -66.783 -1.508 -349.933
Herwaardering 3.862 54.049 1.983 -102 59.792
Stand per 31 december 2025 67.246 605.218 645.985 1.491 1.319.940
(bedragen x € 1.000) Vastgoed-beleggingen Aandelen Vastrentende waarden Overige beleggingen Totaal
Stand per 1 januari 2024 60.238 542.146 581.301 2.650 1.186.335
Aankopen 11.832 135.278 76.624 268 224.001
Verkopen -9.583 -187.212 -63.175 -1.593 -261.563
Herwaardering 3.398 102.748 23.450 66 129.662
Stand per 31 december 2024 65.884 592.960 618.200 1.391 1.278.435

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed 67.246 65.884
Totaal 67.246 65.884

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 36,9 miljoen (2024: € 60,8 miljoen).

Aandelen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen 605.218 592.960
Totaal 605.218 592.960

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 393,3 miljoen (2024: € 403,8 miljoen).

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden 458.108 435.768
Hypothekenfonds 187.877  182.431
Totaal 645.985 618.200

Vanaf boekjaar 2025 zijn de vastrentende waarden gesplitst opgenomen in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden en in hypotheekfondsen. Voor de vergelijkbaarheid zijn de cijfers van 2024 ook gesplitst opgenomen. 

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 570,9 miljoen (2024: € 591,9 miljoen).

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Beleggingsfondsen 1.491 1.391
Totaal 1.491 1.391

3. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Vorderingen inzake beleggingen 1.651.364 1.097.630
Vorderingen op de werkgever 0 9.054
Vordering op de belastingdienst 207 310
Vordering op de herverzekeraar 20  66
Overige vorderingen en overlopende activa 109 153
Totaal 1.651.700 1.107.213

De vorderingen inzake beleggingen betreffen kas onderpand en nog af te wikkelen transacties.

De vordering op de Belastingdienst bestaat uit de terug te vorderen btw over het vierde kwartaal 2025.

De vordering op de herverzekeraar betreffen nog te verwachten uitkeringen van de herverzekeraars Nationale Nederlanden en Zwitserleven over het jaar 2026. 

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan voornamelijk uit de nog te ontvangen creditrente over het vierde kwartaal 2025 (€ 0,1 miljoen).

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.

4. Overige activa

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Liquide middelen 4.144 14.832
Totaal 4.144 14.832

De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Pensioenfonds KPN heeft een Intraday limiet van € 10,5 miljoen bij zijn huisbankier.

Passiva

5. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 2.456.010 2.044.082
Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar 277.559 411.928
Stand per 31 december 2.733.569 2.456.010

Dekkingsgraden, vermogensposities en herstelplan

  31-12-2025 31-12-2024
Actuele dekkingsgraad 131,9% 126,1%
Reële dekkingsgraad 101,6% 99,6%
Beleidsdekkingsgraad 129,6% 126,8%

Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt ten behoeve van deze berekening de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekening houdend met de verwachte prijsinflatie. Doordat het premiedepot is opgenomen onder de langlopende schulden, wordt deze niet meegeteld in de bepaling van de dekkingsgraad. De reële dekkingsgraad is gelijk aan de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de beleidsdekkingsgraad die is vereist voor de volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie. Op basis van deze definitie komt de reële dekkingsgraad ultimo 2025 uit op 101,6% (2024: 99,6%).

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder de paragraaf 'Risicobeheer'.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Stichtingskapitaal en reserves 2.733.569 2.456.010
Minimaal vereist eigen vermogen 307.694 343.864
Vereist eigen vermogen 1.230.290 1.417.466

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan ultimo 2025 gekarakteriseerd worden als een situatie met een toereikende solvabiliteit omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen.

Herstelplan en haalbaarheidstoets

Per 30 juni 2021 was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de vereiste dekkingsgraad. Hiermee was het pensioenfonds per deze datum uit herstel. Omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (129,6%) ook hoger is dan de vereiste dekkingsgraad (114,3%), hoeft het pensioenfonds geen actualisatie van het herstelplan in te dienen in 2026, omdat de verplichting per 30 juni 2021 al was vervallen.

Op grond van het financieel toetsingskader, moet een pensioenfonds jaarlijks een haalbaarheidstoets uitvoeren. Daarnaast moet het pensioenfonds laten zien dat het afgesproken premiebeleid reëel en haalbaar is, alsook dat het pensioenfonds een voldoende herstelkracht heeft vanuit het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen.

Voor pensioenfondsen die de opgebouwde pensioenen naar verwachting volledig zullen invaren in de nieuwe pensioenregeling onder Wtp en die na invaren naar verwachting geen flexibele premieregeling met een vastgestelde uitkering uitvoeren, is de mogelijkheid geboden om van de jaarlijkse haalbaarheidstoets af te zien. Dit is bij ons pensioenfonds het geval. Wij hebben ervoor gekozen om in 2025 geen haalbaarheidstoets uit te voeren. Dit geldt ook voor de afgelopen jaren.

Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten

Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het saldo van de staat van baten en lasten is toegevoegd aan de algemene reserve.

6. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds 7.037.067 7.877.579
Totaal 7.037.067 7.877.579

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 7.877.579 7.551.154
Pensioenopbouw 70.199 70.205
Toeslagverlening 206.325 164.547
Rentetoevoeging 179.783 254.873
Onttrekking voor pensioenuitkeringen -348.678 -329.843
Wijziging marktrente -991.667 110.855
Wijziging actuariële grondslagen -164 -3.114
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten -6.093 -5.829
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen 49.783 64.731
Stand per 31 december 7.037.067 7.877.579

Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast.

In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.

Pensioenopbouw

Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.

Toeslagverlening

De toeslagverlening voor deelnemers, pensioengerechtigden en gewezen deelnemers wordt gebaseerd op het afgeleide consumentenprijsindexcijfer (periode september - september). Bij een beleidsdekkingsgraad tussen 110% en de grens die nodig is voor toekomstbestendige toeslagverlening (in 2025 129,1%) kan een evenredige toeslag worden toegekend aan de actieve deelnemers. De evenredige toeslag wordt berekend op basis van de beleidsdekkingsgraad.

Voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers wordt de toeslag berekend aan de hand van het aanwezige vermogen boven de grens van 110%. De aldus bepaalde toeslag is hoger dan de evenredig berekende toeslag.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie besloten per 1 januari 2026 een gedeeltelijke toeslag te verlenen van 3,02% voor de actieve deelnemers en 3,05% voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers. De reguliere toeslag bedraagt in totaal € 206,3 miljoen en dit bedrag is toegevoegd aan de voorziening pensioenverplichtingen

Rentetoevoeging

De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de 1-jaarsrente van de RTS-curve aan het begin van het verslagjaar, wat overeenkomt met een bedrag van € 179,8 miljoen.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen

Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenen van de verslagperiode.

Wijziging marktrente

Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur.

De gemiddelde marktrente is per 31 december 2025 3,15% (2024: 2,19%) en daarmee 1,0%-punt hoger dan per 31 december 2024. Als gevolg van deze stijging van de marktrente is € 991,7 miljoen onttrokken aan de voorziening pensioenverplichtingen

Wijziging actuariële grondslagen

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

De basis voor vaststelling van de gehuwdheidsfrequenties voor de reservering voor latent partnerpensioen is geactualiseerd. Dit heeft een verlagend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 0,2 miljoen en een verwaarloosbaar effect op de dekkingsgraad

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Toevoeging aan de technische voorziening 4.848 4.366
Onttrekking aan de technische voorziening -10.941 -10.195
Totaal -6.093 -5.829

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Resultaat op kanssystemen:    
- Sterfte -13.303 -3.483
- Arbeidsongeschiktheid 1.604 -910
- Mutaties 51.943 59.356
Overige technische grondslagen 9.539 9.768
Totaal 49.783 64.731

Het resultaat op sterfte is in 2025 relatief hoog. Een positief resultaat op langleven betekent dat de werkelijke sterfte hoger lag dan de verwachte sterfte. Daarnaast was voor ingegane nabestaandenpensioenen minder geld nodig dan verwacht wat leidt tot een licht positief resultaat op kortleven.

De 'mutaties' bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren. In de overige technische grondslagen is onder andere de waarde van de garantie voor de 0%-garantieregeling verwerkt. De mutatie van de 0%-garantieregeling betreft in 2025 een afname van € 0,1 miljoen.

De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds inclusief voorziening operationele kosten en exclusief de overige technische voorziening is naar categorieën ultimo 2025 als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
  Voorziening Aantallen Voorziening Aantallen
Actieven 1.094.093 10.573 1.368.667 10.952
Gewezen deelnemers 1.864.128 35.265 2.365.532 36.155
Pensioengerechtigden 4.078.846 25.498 4.143.380 24.720
Totaal 7.037.067 71.336 7.877.579 71.827

Korte beschrijving pensioenregeling

De pensioenregeling betreft een gecombineerde regeling. Tot het salarisdeel van € 45.378 betreft het een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling (artikel 10 Pensioenwet: uitkeringsovereenkomst) en vanaf € 45.378 betreft het een beschikbare-premieregeling (artikel 10 Pensioenwet: premieovereenkomst).

De pensioenleeftijd bedraagt 68 jaar, uitstel en vervroeging is mogelijk en er is geen sprake van een toetredingsleeftijd.

Jaarlijks wordt in de middelloonregeling een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. Het pensioengevend salaris betreft het vaste maandsalaris, verhoogd met 8/10,5de deel van het cao-budget. Daarnaast zijn bepaalde variabele en vaste salariscomponenten pensioengevend. De franchise bedraagt voor 2025 € 18.475 en in 2025 is er sprake van een maximum pensioengevend salaris van € 137.800.

De beschikbare-premieregeling heeft een leeftijdsafhankelijke staffel. Het saldo wordt voor (gewezen) deelnemers omgezet op de pensioendatum tegen de dan geldende omzettingsfactoren. Het bestuur is bevoegd om deze omzettingsfactoren aan te passen. De inkooptarieven voor de BPR- en de IPS-regeling worden vastgesteld op de maandelijks gepubliceerde rentetermijnstructuur.

Er is sprake van een recht op nabestaanden- en wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin over de opgebouwde aanspraken toeslag wordt verleend.

Toeslagverlening

De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (cpi) voor alle bestedingen (afgeleid) over de periode september-september, zoals vastgesteld door het CBS.

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie besloten per 1 januari 2026 een gedeeltelijke toeslag te verlenen van 3,02% voor de actieve deelnemers en 3,05% voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers.

Inhaaltoeslagen

Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Het bestuur van het pensioenfonds geeft in zijn jaarrekening elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.

De percentages uit het verleden van het pensioenfonds en ondernemingspensioenfonds KPN zijn naar rato samengevoegd opgenomen.

Actieve deelnemers Volledige
toeslag-
verlening
Toegekende
toeslagen
Verschil Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
2015 0,57% 0,38% 0,19% 9,26%
2016 0,39% 0,00% 0,39% 9,69%
2017 -0,01% 0,00% -0,01% 9,68%
2018 1,47% 0,74% 0,73% 10,48%
2019 1,47% 1,11% 0,36% 10,87%
2020 1,64% 0,41% 1,23% 12,24%
2021 0,99% 0,11% 0,88% 13,23%
2022 2,57% 2,57% 0,00% 13,23%
2023 17,16% 10,50% 6,66% 20,77%
2024 -1,39% 0,00% -1,39% 19,09%
2025 2,54% 2,09% 0,45% 19,63%
2026 3,16% 3,02% 0,14% 19,80%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.

Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden Volledige
toeslag-
verlening
Toegekende
toeslagen
Verschil Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
2015 0,82% 0,55% 0,27% 10,08%
2016 0,64% 0,00% 0,64% 10,78%
2017 -0,01% 0,00% -0,01% 10,77%
2018 1,47% 0,81% 0,66% 11,50%
2019 1,47% 1,16% 0,31% 11,85%
2020 1,64% 0,48% 1,16% 13,14%
2021 0,99% 0,13% 0,86% 14,11%
2022 2,57% 2,57% 0,00% 14,11%
2023 17,16% 11,82% 5,34% 20,20%
2024 -1,39% 0,00% -1,39% 18,53%
2025 2,54% 2,17% 0,37% 18,97%
2026 3,16% 3,05% 0,11% 19,10%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

7. Voorziening operationele kosten

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 236.014 226.252
Pensioenopbouw 2.103 2.103
Toeslagverlening 6.180 4.930
Rentetoevoeging 5.385 7.636
Onttrekking voor pensioenuitkeringen -10.140 -9.595
Wijziging marktrente -29.704 3.321
Wijziging actuariële grondslagen -5 -93
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten -183 -175
Overige 1.135 1.635
Stand per 31 december 210.785 236.014

Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.

In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.

8. Overige technische voorzieningen

Voorziening voor arbeidsongeschiktheid

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 14.454 13.311
Overige actuariële wijzigingen -300 1.143
Stand per 31 december 14.154 14.454

Deze voorziening betreft de voorziening voor ingegane ziektegevallen. De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. De voorziening voor arbeidsongeschiktheid is gelijk aan twee keer de risicopremie uit de premiestelling van het komende jaar. 

9. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemer

De pensioenregeling voor risico deelnemers is een beschikbare-premieregeling (premieovereenkomst). De regeling is bedoeld voor deelnemers met een salaris boven de BPR-grens.

De premie is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke premiestaffel. Het pensioenfonds ontvangt jaarlijks de premie van de werkgever en maakt deze over aan de vermogensbeheerder. De deelnemer betaalt geen aankoop en/of verkoopkosten. De kosten van beleggen (total expense ratio) worden direct verrekend in het rendement. Deze beleggingskosten zijn afhankelijk van het depot waarin wordt belegd.

De hoogte van de beleggingsrendementen (en daarmee het te bereiken eindkapitaal) is naast de premie afhankelijk van het door de deelnemer geselecteerde beleggingsprofiel en de binnen dit profiel aangekochte beleggingen. Het uiteindelijk te bereiken kapitaal is hiermee onzeker en volledig voor risico van de deelnemer.

Per 1 september 2016 is de Wet Verbeterde Premieregeling (WVP) in werking getreden. Het pensioenfonds biedt per 1 januari 2019 de mogelijkheid om een variabele pensioenuitkering in te kopen. Dit betekent ook dat vanaf 1 januari 2019 de deelnemer geen mogelijkheid meer heeft om met het opgebouwde BPR-kapitaal te shoppen buiten het pensioenfonds. De deelnemers die vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaan (en een BPR/IPS-kapitaal hebben) krijgen de keuze voorgelegd om op de pensioendatum te kiezen tussen een stabiele of een variabele uitkering.

Tussentijds opnemen van het kapitaal anders dan door middel van een waardeoverdracht is niet mogelijk.

Ultimo 2025 bedraagt de waarde van de WVP-regeling € 45,7 miljoen. De waarde van de WVP‑regeling zit verwerkt in onderstaand verloopoverzicht en is daardoor niet één-op-één afzonderlijk terug te zien.

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 1.278.435 1.186.335
Inleg en stortingen 42.892 35.349
Uitkeringen en onttrekkingen -61.179 -72.911
Beleggingsresultaten risico deelnemers 59.792 129.662
Stand per 31 december 1.319.940 1.278.435

De "uitkeringen en onttrekkingen" bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren.

10. Langlopende schulden

Premiedepot

(bedragen x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 73.029 69.568
Totaal toegevoegde premie 124.937 116.237
Rendement in boekjaar 2.017 4.343
  199.983 190.148
Gedempte kostendekkende premie t.b.v. het resultaat -120.323 -114.647
Onttrekking t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering -2.534 -2.394
Nog te verrekenen met premiedepot 40 -78
Nog te verrekenen met premiedepot (t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering) 0 0
Verplaatsing naar kortlopende schuld -77.166 0
Stand per 31 december 0 73.029

De totale premie die door de werkgevers in 2025 is gestort in het premiedepot bedraagt € 124,9 miljoen. De gedempte kostendekkende premie is uit het premiedepot onttrokken. In de totale premie is ook een bedrag opgenomen aan voorlopige afrekening 2025. Het deel van dit bedrag dat toegerekend moet worden aan het premiedepot wordt bepaald op basis van de gedempte kostendekkende premie. Op het moment dat deze definitief is bepaald, vindt nog een afrekening plaats.

In 2025 is een bedrag van € 2.534 onttrokken t.b.v. de financiering van de inkoop van de solvabiliteitsopslag van KPN-deelnemers bij de omzetting van DC-saldi bij pensioneren. 

Het premiedepot wordt voor de overgang naar de Wtp opgeheven. Vandaar dat het premiedepot vanaf 2025 verplaatst is van een langlopende schuld naar een kortlopende schuld. 

11. Derivaten

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Derivaten 1.660.125 1.185.931
Totaal 1.660.125 1.185.931

Een uitgebreide toelichting inzake de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

12. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.044 6.049
Schulden inzake beleggingen 16.387 3.575
Schuld aan de werkgever 628 0
Schuld inzake premiedepot 77.166 0
Overige schulden en overlopende passiva 4.460 4.506
Totaal 104.685 14.130

De post 'Belastingen en premie sociale verzekeringen' betreft de nog af te dragen loonheffing, deze wordt maandelijks achteraf overgemaakt naar de belastingdienst.

De schulden inzake beleggingen betreffen het kas onderpand en de nog af te wikkelen transacties.

De nog te betalen schuld aan de werkgever heeft betrekking op de voorlopige premieafrekening over het jaar 2025.

De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit de overlopende kosten over het boekjaar 2025 van € 3,4 miljoen, de openstaande crediteuren van € 0,5 miljoen en de schuld inzake afkoop klein pensioen van € 0,4 miljoen. De openstaande crediteuren hebben voornamelijk betrekking op nog te betalen kosten TKP (€ 0,2 miljoen), advieskosten (€ 0,1 miljoen), kosten bestuur, bestuursbureau en verantwoordingsorgaan (€ 0,1 miljoen) en kosten vermogensbeheer (€ 0,1 miljoen).

Alle schulden hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.