Spring naar inhoud

Transparant over kosten

Transparant over kosten

Wij vinden het belangrijk transparant te zijn over de kosten die wij maken om de pensioenen en beleggingen nu en in de toekomst professioneel te beheren. Daarom leggen we in dit hoofdstuk uitgebreid verantwoording af over onze kosten.

We beoordelen onze totale kosten en maken daarnaast ook onderscheid tussen de kosten voor het pensioenbeheer en de kosten voor vermogensbeheer. Dit doen wij op de door de Pensioenfederatie voorgeschreven wijze. 

De totale kostenratio geeft inzicht in onze totale kosten, weergegeven als een percentage van het belegde vermogen. Deze kostenratio is een graadmeter voor de beoordeling van onze kosten. Bij de kosten voor pensioenbeheer kijken we naar de kosten voor onder andere het administreren van de pensioenen, het communiceren naar deelnemers en het uitkeren van pensioenen. Deze kosten drukken wij uit in euro's per deelnemer per jaar. Daarnaast zijn er kosten voor het vermogensbeheer van onze beleggingen, waaronder de transactiekosten voor het aan- en verkopen van beleggingen. De kosten voor het vermogensbeheer zijn uitgedrukt als een percentage van het belegde vermogen.

De kosten worden meegenomen in het jaar waarin deze worden gemaakt. Dit geldt ook voor kosten in het kader van het project Wet toekomst pensioenen. Op verschillende onderdelen zijn voorbereidingen getroffen in aanloop naar onze beoogde transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel.

Kosten in de afgelopen 5 jaar

In de tabel hieronder zijn de kosten over de afgelopen 5 jaar weergegeven. Het betreft de kosten van de DB-regeling. 


  2025 2024 2023 2022 2021
Totale kostenratio 0,68% 0,68% 0,72% 0,69% 0,76%
Pensioenbeheerkosten
(in euro per deelnemer/pensioengerechtigde)
€ 237 € 219 € 199* € 217 € 194
Vermogensbeheerkosten
(in % van het gemiddeld belegd vermogen)
0,60% 0,60% 0,64% 0,62% 0,71%
Transactiekosten
(in % van het gemiddeld belegd vermogen)
0,14% 0,14% 0,13% 0,12% 0,11%

Totale kostenratio

De totale kostenratio is de afgelopen vijf jaar nagenoeg gelijk gebleven. Hoewel we in euro's meer kosten hebben gemaakt dan in de voorgaande jaren, komt het hogere kostenniveau niet tot uiting in de kostenratio. Dit heeft te maken met het in hoogte veranderende omvang van het belegde vermogen. De kostenratio geeft daarom geen volledig beeld. Wij vinden het daarom belangrijk om de kosten voor het pensioenbeheer en de kosten voor het vermogensbeheer ook apart te beoordelen. Dat doen wij in de volgende paragrafen. 

Toelichting op de diverse kostensoorten

Kosten pensioenbeheer

De kosten van het pensioenbeheer bestaan uit de totale kosten van de dienstverlening van onze uitvoeringsorganisatie TKP en een toedeling vanuit de algemene kosten. Onder de algemene kosten vallen onder andere de contributies en bijdragen voor de toezichthouders, de accountants-, actuaris- en advieskosten en de kosten van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en het bestuursbureau. 

De algemene kosten zijn niet direct gerelateerd aan pensioenbeheer of vermogensbeheer. De toebedeling van de algemene kosten vindt plaats naar de verhouding van de pensioenbeheerkosten en vermogensbeheerkosten ten opzichte van de totale som van deze kosten. De verhouding van de pensioenbeheer- en vermogensbeheerkosten is niet vast en kan van jaar op jaar veranderen. Dit komt met name omdat de vermogensbeheerkosten meer fluctueren dan de pensioenbeheerkosten. De vermogensbeheerkosten zijn namelijk afhankelijk van de omvang van het belegd vermogen en de vergoedingen die deels prestatieafhankelijk zijn. 

Kosten pensioenbeheer in 2025

De totale kosten van het pensioenbeheer, inclusief de toedeling van 12,2% vanuit de algemene kosten, stegen in 2025 ten opzichte van 2024 met € 725 duizend. Vorig jaar was er sprake van een stijging van € 900 duizend. De pensioenbeheerkosten per deelnemer stegen van € 219 in 2024 naar € 237 in 2025. 

De afgelopen jaren zijn de pensioenuitvoeringskosten toegenomen. Dit hangt direct samen met de kosten die verbonden zijn aan het uitvoeren van het Wtp-project dat het pensioenfonds op een beheerste en integere wijze vorm geeft om naar het nieuwe pensioenstelsel over te gaan. Sinds de start van het Wtp-project maken wij kosten om op een zorgvuldige en verantwoorde wijze de nieuwe wet te implementeren. In 2025 hebben wij € 1,8 miljoen aan kosten gemaakt in het voorbereidingstraject voor Wtp bij onze pensioenuitvoerders. Daarin zijn de kosten voor externe adviseurs en projectkosten meegenomen. 

Bestuursoordeel over de kosten pensioenbeheer

Het bestuur beoordeelt de kosten van het pensioenbeheer in het licht van de pensioenregeling die we momenteel uitvoeren en de nieuwe pensioenregeling die we in de toekomst gaan uitvoeren. Het bestuur acht de uitvoeringskosten passend bij de mate van complexiteit van de pensioenregeling en de uitgebreide communicatiediensten vanuit TKP. We concluderen dat het systeem van toewijzing van de algemene kosten, hoewel dit met fluctuaties gepaard gaat, in de tijd consistent en uitlegbaar is.

Wij merken op dat de kosten die in het kader van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel worden gemaakt van tijdelijke aard zijn. De verwachting is dat deze projectkosten nog enkele jaren zullen aanhouden. 

Kosten vermogensbeheer

Het beleggen van de pensioenpremies voor een goed pensioen brengt kosten met zich mee. Deze kosten gaan af van het rendement. Wij kijken kritisch naar de kosten die we maken. Bij de beleggingen maken we altijd een afweging tussen verwacht rendement, risico, kosten en duurzaamheid. De kosten verschillen per beleggingscategorie. Het beleggen in duurdere categorieën (bijvoorbeeld private equity en private debt) levert - gecorrigeerd voor kosten - op de lange termijn naar verwachting meer rendement op. Dat kan een hoger kostenniveau rechtvaardigen.

De totale vermogensbeheerkosten inclusief transactiekosten bedroegen in 2025 € 81,9 miljoen. Dit is 0,71% van het gemiddeld belegd vermogen. Het grootste deel bestond uit de vermogensbeheerkosten voor de DB-regeling. Die waren in 2025 inclusief transactiekosten gelijk aan € 76,0 miljoen.

Voor meer details over de kosten vermogensbeheer binnen de DB-regeling en de BPR-regeling verwijzen we naar hoofdstuk 2 over de beleggingen.

Bestuursoordeel over de vermogensbeheerkosten

De totale vermogensbeheerkosten voor het DB-vermogen inclusief transactiekosten bedroegen in 2025 0,74% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale vermogensbeheerkosten is 0,09%-procentpunt toe te schrijven aan prestatieafhankelijke vergoedingen op de actief beheerde beleggingen. Deze actief beheerde beleggingen realiseerden in 2025 voor het totaal van de portefeuille geen extra rendement. Een aantal fondsen behaalde wel een positief relatief rendement, terwijl andere pensioenfondsen achterbleven bij de benchmark. De prestatievergoedingen die zijn uitgekeerd, hebben betrekking op het deel van de portefeuille waar actief beheer wel een extra rendement heeft behaald.

Veel van de beleggingscategorieën laten over een langere periode van 3-5 jaar een positief relatief rendement zien. We beoordelen periodiek het actieve rendement van de categorieën waar we in beleggen waarbij we de afweging maken of de hogere kosten opwegen tegen het behaalde rendement. In 2025 heeft dit er mede toe geleid dat we de separate allocatie naar aandelen Long Term Investing hebben beëindigd en weer hebben opgenomen in het wereld aandelen fonds.

Wij zijn er als bestuur van overtuigd dat actief beheer op de lange termijn positief bijdraagt aan het rendement. We accepteren daarom de hogere kosten die deze keuze met zich meebrengt. De extra gerealiseerde opbrengst die over een langere periode door actief beheer is gerealiseerd, onderbouwt deze keuze. Over 2025 was de prestatievergoeding relatief laag. Dit is passend bij de beperkte toegevoegde waarde in het afgelopen jaar. Daarbij geldt wel dat prestatievergoedingen niet altijd in hetzelfde jaar worden uitbetaald, maar gekoppeld kunnen zijn aan een langjarige doelstelling. De hoogte van de prestatievergoeding is daarom niet direct te koppelen aan de prestatie in een specifiek jaar.

Deze overtuiging neemt niet weg dat we als bestuur kritisch zijn op een langere periode waarin geen positief relatief rendement wordt behaald met actief beheer. Evaluaties van externe managers vinden minimaal eens in de drie jaar plaats. Als er geen sprake is van een positief relatief rendement volgens de doelstelling, wordt dit geïntensiveerd naar jaarlijks.

Eens in de drie jaar vergelijken wij onze kosten met de pensioenfondsenmarkt (184 pensioenfondsen). Uit de vergelijking met andere pensioenfondsen blijkt dat onze vermogensbeheerkosten hoger zijn dan bij andere pensioenfondsen. Dit wordt verklaard door relatief veel actief beheerde beleggingen en een aantal complexe beleggingscategorieën in onze portefeuille, bijvoorbeeld private equity en private debt. Wij zijn ervan overtuigd dat specialistische managers binnen deelgebieden van beleggingscategorieën bijdragen aan een hoger rendement. Daarom kiezen we voor beleggen met verschillende specialistische managers. Ook complexe categorieën realiseren naar verwachting een hoger rendement, omdat ze illiquide zijn en niet voor iedereen toegankelijk. Wij concluderen dat de kosten relatief hoog liggen ten opzichte van andere pensioenfondsen, maar we vinden de gemaakte keuzes verantwoord in het licht van het op termijn hogere verwachte rendement. De specifieke vermogensbeheerkosten over 2025 zijn verklaarbaar en goed uitlegbaar, gegeven onze beleggingsovertuigingen. 

De transactiekosten zijn in 2025 toegenomen als gevolg van de volledige verkoop van de beleggingen in aandelen Long Term Investing en opkomende markten en de aankoop van wereldwijde aandelen. De kosten zijn passend bij de ontwikkelingen op de financiële markten en de toe- en uittredingen in de beleggingen in het afgelopen jaar. 

Als bestuur beoordelen we het totale niveau van de vermogensbeheerkosten over 2025 als acceptabel en passend bij de behaalde resultaten en gemaakte keuzes.